Een wereldberoemde thriller- auteur en een al even beroemde illustrator vonden elkaar in deze versie van een van Grimms beroemdste sprookjes. In zijn voorwoord verduidelijkt King waarom hij meteen geïnteresseerd was toen hij gevraagd werd om een nieuwe interpretatie van ‘Hans en Grietje’ te schrijven. Twee van Sendaks prenten spraken hem erg aan: die van de heks op haar bezemsteel met een zak gillende kinderen op haar rug en die van het peperkoeken huisje dat verandert in een angstaanjagend gezicht. Dan was er ook het feit dat Sendak een sterke invloed op hem persoonlijk heeft gehad: King gebruikte van Sendaks rijmpjes in zijn romans en las voor uit zijn prentenboeken aan zijn eigen kinderen. Ten slotte is hij altijd al gefascineerd geweest door kinderverhalen vol magie en door Moeder de Gans-rijmpjes.
In grote lijnen behoudt King het verhaal van de gebroeders Grimm en neemt hij zelfs veel zinnen over, al liet hij wel de passage op het einde weg, waar de twee kinderen een meer oversteken op de rug van een eend. Dat vond hij ‘een beetje te ex machina’. Hij schrapt ook stukken van lange zinnen of passages en voegt ook elementen toe. Zo richt hij zich bij het begin direct tot de lezers: ‘Heel lang geleden, lang voordat jouw oma’s oma werd geboren …’. Hij maakt de karakters explicieter: de vader is ‘vriendelijk’ en de stiefmoeder een ‘feeks’, ‘slechte’ en een ‘boosaardige’ vrouw. De heks krijgt een naam: ‘Rhea van de Cöos’ en zowel haar gezicht als haar huisje beschrijft King met meer details. Hij voegt ook toe dat de heks heel sterk is (als oude vrouw kan ze dan ook Hansje dragen) én ze mengt slaappoeder door de soep van de kinderen. Opmerkelijk is ook dat hij meer religieuze verwijzingen inlast dan de Grimms (naar de hemel, de engelen en God). Maar de opvallendste toevoeging is er een over jongens en meisjes: ‘Jij bent altijd al verstandiger geweest dan ik,’ zei Hans en gaf haar een kus op haar wang./ ‘Als je dat maar niet vergeet,’ zei Grietjes lachend. ‘Jongens denken aan schatten, maar meisjes denken aan belangrijke zaken in het leven.’
Behalve de weglatingen en toevoegingen zijn er ook andere, kleine aanpassingen. Zo luistert Hansje het gesprek tussen zijn vader en stiefmoeder niet af bij het begin, maar krijgt hij een nachtmerrie waarin hij de heks met de gillende kinderen ziet. De vrouw van de houthakker is op het eind niet gestorven, maar het huis uitgezet. En anders dan bij de Grimms eindigt het sprookje niet met een rijmpje, maar met het klassieke ‘Ze leefden nog lang en gelukkig.’
Maurice Sendak (bij ons vooral bekend door Max en de maximonsters) maakte de illustraties voor Hans en Grietje oorspronkelijk voor het theater. Dat zie je aan de weelderige decors en de grote figuren. Er valt wel een en ander te ontdekken, zoals het heksengezicht in een boomstam. Net als in de tekst duiken er ook meermaals engelen op. En de heks met de gillende kinderen op haar rug krijg je twee keer te zien. Indrukwekkend is het contrast tussen de heks, vermomd als oud vrouwtje en haar werkelijke gezicht, geschilderd in zwart-wit, waardoor de gifgele ogen extra opvallen.
Deze bewerking is door de naam van de bewerker en de illustrator een hebbeding. Maar er zijn veel originelere bewerkingen van het sprookje. De veranderingen die King aanbracht verrassen nauwelijks en de toevoegingen of expliciteringen verrijken het verhaal niet echt.
Jan Van Coillie