Beste lezer: het vraagt tijd om in de zee van woorden in Marco Kunsts dichtbundel De zee is bijna alles helemaal weg te kunnen duiken. Zet de tijd stil, lees en herlees en laat je meedrijven op de golvende versregels of neem een duik onder die golven om op zoek te gaan naar parels van verborgen emoties.
Centraal thema is de zee, maar onderzees stromen motieven en emoties die door de zee worden opgeroepen. Het vaakst wordt de zee verbonden met verlangen. ‘Lieve Mare, neem me mee’ luidt het in het sprookjesachtige openingsvers. De ik droomt ervan met Mare mee te zwemmen langs ‘verre havens, vreemde landen. Ook ‘De geuren van de zee’ gaat over het verlangen naar de verte en avontuur.
‘De oude man’, geïnspireerd op een gedicht van de Portugese dichter Fernando Pessoa, gaat over het verlangen naar vroeger, naar de kindertijd, met ‘vleugels van verlangen,/ van de wil om weer te zijn,/ wie ik langgeleden was,/ ook al doen verlangens pijn.’ De band tussen zee en kinderjaren ligt ook aan de basis van ‘De rand’: ‘Als kind lang geleden/ stond ik ook hier,/ oneindig de toekomst/ en ik een klein dier.’ Dat motief duikt opnieuw op in ‘Golven breken op het strand’, waarin de ik zich in de nacht een eiland voelt in zee, maar ook een kind ‘nog niet belaagd door het verleden,/ branding, wind of overmacht.’
Het contrast tussen verleden en toekomst is ook het centrale motief in ‘Vroeger en later’, waar het samengaat met een ander motief in de bundel: de band tussen volwassene en kind, hier opa en kleinkind:
Mijn hand in zijn hand,
ik kijk naar hem op,
verweerd en vertrouwd
en net niet mijn vader,
mijn opa het water,
dat blinkt in de zon.
In ‘Het tij’ staat de band tussen moeder en zoon centraal, een band als eb en vloed, tussen willen vasthouden en moeten loslaten. In ‘Veerle en de zee’ huppelt dan weer een vader met zijn kleine meisje speels naar de waterkant. In ‘Storm’ wandelt een vader ondanks de storm met zijn zoon op het strand. Net als bij Joyce gaat het gedicht in wezen over de bescherming die de vader zijn zoon wil bieden: ‘Mijn arm warm om je heen,/ je ogen glanzen/ en ach, de pijn verdween alweer,/ die angst voor wat kan komen/ en we lopen verder door.’
De eindeloze beweging van eb en vloed doet in meerdere gedichten mijmeren. In ‘Geen spijt’ wordt gemijmerd bij een kampvuur op het strand. Het refrein koppelt eb en vloed expliciet aan wisselende gevoelens:
Weer een dag van eb en vloed,
verlies en verlangen, vergetelheid.
Vermoeden dat alles anders moet,
leven, liefde, vage spijt.
Dat poëzie niet alleen gevoelens kan oproepen, maar ook de verbeelding kan prikkelen, demonstreert Marco Kunst in ‘Voorbij de zee’. Hij nodigt de lezers rechtstreeks uit om, geïnspireerd door het gedicht, kun eigen strand te verzinnen:
Dus doe nu ook je ogen dicht,
denk aan het strand in dit gedicht.
Zoals jij wilt richt je het in,
plaats jezelf er middenin
en geniet voor onbepaalde duur
van je eigen avontuur.
In Marco Kunst zijn poëzie kun je niet alleen de zee zien, ruiken en voelen. Je kunt de zee ook horen in het spel van ritme en klanken of anders gaan zien door de originele beeldspraak en ongewone combinaties. In de meeste gedichten kiest Kunst voor een klassieke dichtvorm met strofen van gelijke lengte, een rijmschema en een vrij strak metrum. Behalve eindrijmen zorgen ook binnenrijmen, alliteraties en klinkerrijmen ervoor dat veel regels en strofen blijven hangen. Geniet van het klankspel in de begin- en slotstrofe van ‘Duinen’:
Duinen zijn reservestrand,
bescheiden bergen ziltzacht zand
die lomig liggen langs de rand
van al dat weidse lageland.
[…]
‘Duinen,’ schreef ze, ‘duinen, duinen’.
Een blonde, mulle, volle naam,
een naam die klinkt als zachte tuinen:
‘Duinen, duinen, duinen, duinen…’
Of luister naar het spel van het licht op de golven: ‘En het licht dat daar krinkelt/ en botst, warrelt, twinkelt.’ (‘Water is water’). Ook al hadden sommige gedichten korter en krachtiger gekund en had de dichter hier en daar breuken in het ritme of gezochte rijmen kunnen vermijden, toch blijf je in de meeste gedichten als lezer in de ban van het klankspel en misschien nog meer van de rijke beeldspraak en verrassende combinaties. De dijk ga je anders zien dankzij de uitgewerkte personificatie: ‘Ik sta op een heup/ van het lijf van de dijk./ Ze rekt en strekt/ zich loom voor mij uit.’ In ‘Golven breken op het strand’ droom je als het ware met de ik mee dat je een eiland wordt in zee: ‘De nacht ontrolt zich, breidt zich uit,/ dempt licht en denken en geluid./ Een eiland blijf ik zonder zicht,/ geen misthoorn, vuur of teken.’ ‘Naar zee’ is een uitgewerkte vergelijking van een rivier met een zich ontwikkelende vrouw: ‘Voller word je, breder, heupen en rondingen/ die rijmen met omringende heuvels./ Gulle oevers omkleden, omarmen je met groen …’
Net als in Het touw en de waarheid zijn de illustraties van Jeska Versteegen al even poëtisch als de tekst. De illustratie op de cover zegt meteen ‘bijna alles’: daarop torst een tengere figuur de zee als een immense bal, terwijl een meeuw over de golven zweeft en de zon het rood van ‘bijna’ uit de titel weerspiegelt. Het opvallendst echter zijn de zwierige golven waarop je door de bundel kunt surfen. Bijzonder krachtig is het beeld bij het openingsgedicht, waarin de golf tegelijk het haar is van Mare Lieve, wier gesloten ogen en glimlach al even verlokkend zijn als de zee. Bij ‘Een kei’ wordt de golf een arm die de rode kei aait die de ik verbeeldt. Het contrast tussen de golven die op het strand spoelen en de twee minuscule zwarte en rode figuurtje bij en in het water drukt krachtig het gevoel van ‘De rand’ uit. Op de titelpagina en bij ‘De geuren van de zee’ kun je meesurfen op de rug van een zeepaardje, een mooi symbool voor de ziel, verlangens en dromen.
De zee is bijna alles is een gedurfde poëziebundel, zeker voor een jeugdig publiek. De zee is voor hen niet meteen het meest aantrekkelijke thema. En in de meeste gedichten is een volwassen stem aan het woord, die weliswaar soms terugkijkt naar de kindertijd of jeugd. Maar het is zeker de moeite waard voor jong én oud om in deze verzenzee te duiken en van onder de golvende regels diepmenselijke gevoelens en verlangens naar boven te halen.
Jan Van Coillie