Dit prentenboek beschrijft de vier jaargetijden. Samen met een muizengezin volgen we een kalenderjaar. Eerst komt de winter met zijn gezellige avonden aan het haardvuur, de sneeuwpret en dagen waarop we lekker binnen blijven en gezelschapsspelletjes spelen. En dan komt de lente in het land. We gooien alle ramen open, gaan op fietstocht en niezen en snotteren wanneer een pollenallergie de kop opsteekt. Een picknick houden we in de zomer, wanneer ’s avonds de muggen zoemen. We genieten van zon, zee en ijsjes. Maar dan wordt het terug kouder en vallen de bladeren van de bomen. De herfst doet zijn intrede. Het seizoen van de pompoensoep, de regenlaarzen en modderplassen. Zo gaan we langzaam terug naar de winter en is iedereen ongemerkt een jaartje ouder.
De auteur /illustrator stemt tekst en tekeningen goed op elkaar af. De tekst is in rijmvorm. Soms vond ik die geslaagd:
“Terwijl de bomen steeds meer in hun blootje staan,
trekken jij en je vrienden warmere kleren aan.”
Soms vond ik de rijmwoorden wat ver gezocht of de cadans van het rijm wat geforceerd:
“Als je blaadjes door de lucht ziet dansen van de kalende bomen…
dan weet je dat de HERFST is gekomen.
Er wordt druk gesnotterd en gedaan,
je neus lijkt wel een lekkende kraan.”
De illustraties zijn vrolijk en gedetailleerd. Ze geven het gevoel weer dat bij het jaargetijde wordt opgeroepen. De muizenfamilie is leuk uitgebeeld. Bij opa muis is de neus een bezienswaardigheid. Onderaan bengelt een witte snor en een brilletje is vastgeklemd bovenop. Mama muis heeft één oorbel bovenaan in een oor en bij het dochtertje bengelt er in elk oortje eentje. Af en toe maakt een tekstballonnetje een rijmwoord duidelijk of voegt het iets grappigs toe aan een tekening.
Het hele jaar door is een gezellig prentenboek om met een kleuter op schoot te bekijken en te praten over wat elk seizoen zo bijzonder maakt.
Lut Vanderaspoilden