Alma. De storm steekt op

Onze recensie

Tilothée de Fombelle. Die naam roept bij mij voor altijd herinneringen op aan zijn klassieker Toby Lolness. Op de vlucht (2007). Een onverwoestbaar fantasieverhaal over de kleine Toby (anderhalve millimeter groot) die leeft in een boom en onverschrokken vecht tegen onrecht.

Met Alma. De storm steekt op stort de auteur zich op een heel ander genre. Het is een spannend historische verhaal dat speelt in Afrika en op zee op het einde van de achttiende eeuw, de hoogtijd van de slavenhandel. Ook al kiest hij voor een ander genre, De Fombelles eigen stem blijft duidelijk herkenbaar in zijn beeldende stijl én zijn strijd tegen onrecht.

Het hoofdpersonage Alma woont met haar ouders en twee broers in een idyllische vallei, door hoge kliffen afgesloten van de rest van de wereld. Al in de beschrijving van die vallei valt De Fombelles rijke beeldspraak op. Gazelles stuiven er ‘als vlinders’ uit elkaar en de vallei is ‘net een reusachtige handpalm’. Die beschrijving wordt gevolg door een voor de auteur typische uitspraak over de kracht van verhalen: Alma beseft dat ze haar kleine broer Lam met verhalen moet onderhouden, want  ‘zelfs in het paradijs moet je verhalen vertellen, andere werelden verzinnen waar kinderen van kunnen dromen’. Lam zelf wordt meteen krachtig getypeerd met bijzondere details: ‘Hij noemt zijn zus Aam. Aam, met een slepende stem, zoals wanneer je je ogen sluit om iets te proeven wat je heel lekker vindt.’

Het verhaal komt op dreef wanneer Lam op een dag verdwijnt en Alma hem achterna trekt. Wat ze niet weet is dat ook haar vader de vallei verlaten heeft, op zoek naar zijn jongste zoon. Het is maar een van de ingrediënten in de knappe spanningsopbouw. Die opbouw begon al door het contrast dat de auteur uitwerkt tussen de vredige vallei en de toenemende dreiging als ‘vreemde’ elementen binnendringen, zoals het paard ‘Nevel’. Wanneer Alma de verborgen doorgang naar de ‘rest van de wereld’ ontdekt, wordt haar verhaallijn afgewisseld door een andere, met de avontuurlijke jongen Joseph in de hoofdrol. Hoe hij het verhaal binnen tuimelt is niet alleen bijzonder spannend, maar ook heel filmisch beschreven: hij berooft niet alleen een slapende kapitein in zijn hut, maar katapulteert daarna zichzelf ook naar boven in de mast van het schip. Met veel branie slaagt hij er vervolgens in om aangeworven te worden. Verder in het boek kruist zijn verhaal dat van Alma op een wel heel bijzondere manier die hun levens en de onmenselijke slavenhandel in een ander licht stelt.

Behalve de verhaallijnen rond Alma en Joseph weeft de auteur nog andere draden tot een intrigerend web. Er is de draad rond Alma’s vader, die een duister verleden in de slavenhandel blijkt te hebben. Er zijn de zwarte slavenhandelaars rond de koppige Awoshi, die de verborgen vallei ontdekken, op jacht naar de laatste Oko’s. En er is de draad rond Amélie en haar vader, de reder Bassacs en zijn valse boekhouder Saint-Ange. Ook die lijn is verweven met de andere, want het slavenschip waarop Alma en Joseph mekaar ontmoeten, is eigendom van Bassacs.

Niet alleen het web van verhaaldraden maar ook de sfeerschepping door de beeldrijke stijl houdt de lezer geboeid. Een paar staaltjes (knap vertaald door Lies Lavrijsen): ‘Dit is de beste tijd van de dag om te lopen. Ze zijn de vermoeidheid voorbij. Het maanlicht legt een glimmend laagje olie over hun lichaam. De lucht glijdt langs hen heen zonder weerstand te bieden, alsof ze zich alleen maar hoeven af te zetten om weg te kunnen vliegen.’ (108) Of: ‘Gevangenen, slaven, ebbenhout. Hij kent die woorden wel, maar weigerde na te denken over wat ze echt betekenden. Als hij het er met Jacques Poussin over had, kwam er soms een barstje in het pantser dat die woorden vormden, maar nu is het helemaal verkruimeld. Tot stof vergaan onder de voeten die voorbij schuifelen.’ (202) Dit laatste citaat legt al iets bloot van de ethische laag van de roman, die een scherpe veroordeling van de slavenhandel inhoudt. Die veroordeling komt het sterkst tot uiting in de beschrijvingen, krachtiger in elk geval dan in de paar nodeloos opdringerige tussenkomsten van de auctoriële verteller (pagina’s 228 en 320).

Met Alma. De storm steekt op zet Timothée de Fombelle door zijn beeldrijke stijl en intrigerende plot een hoge standaard voor het genre van de historische roman voor de jeugd. De volgende typering van de scheepstimmerman Poussin, slaat beslist ook op de schrijver: ‘Hij verstaat de kunst om dingen beeldend en tot in de kleinste details uit te leggen.’ Het is dan ook uitkijken naar het tweede deel…

Jan Van Coillie

 

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur