Vijftig seconden

Onze recensie

Na minder dan vijf seconden word je ondergedompeld in Vijftig seconden, dankzij de voor Mireille Geus typische combinatie van herkenbaarheid en bijzondere details. Het verhaal begint zo: ‘Waar ik het meeste van hou… // Aardbeien, en dan vooral van dat heel zachte zoete ervan en van  het kraken van de pitjes. Avond, omdat het donker wordt.’ Zo gaat de opsomming op A even door, met bijzonderheden als ‘Afluisteren, het liefst waar niemand me ziet.’

Afluisteren typeert het hoofdpersonage Elle, maar er is veel meer dat haar typeert. Ze is zo’n typisch Mireille-Geus-buitenbeentje. Ze wordt door de anderen ervaren als ‘anders’, ‘heel eigen’ en af en toe ‘raar’. Ze is niet alleen dol op afluisteren, maar ook op zich verstoppen, wat in het verhaal geregeld van pas komt. Ze houdt van cijfers, lijstjes en rare woorden als ‘kwibus’ én van verzinnen: ‘in mijn hoofd is het druk’. Heel vaak probeert ze iets bijzonders onder woorden te brengen door zinnen te beginnen met ‘denk aan’, wat voor originele vergelijkingen zorgt. Dat tijd een rekbaar begrip is, verduidelijkt ze met ‘Denk aan: het moment voordat je je verjaardagscadeau krijgt. Denk aan: het moment voordat de bel voor de pauze klinkt. Dat betekent ook dat soms een uur een seconde duurt. Denk aan: het tijdstip waarop je opgehaald wordt na een leuk feestje.’

Tijd is het centrale motief in het boek. Elle is de dochter van een tijdwaker. Haar vader moet ervoor zorgen dat de tijd zich netjes gedraagt en geen bokkesprongen maakt. Meteen wordt de herkenbaarheid doorkruist door een gevoel van vervreemding. Ook dat gevoel versterkt de auteur met bijzondere details, zoals de tijdwakersbril die Elles vader draagt en het feit dat hij per dag amper 50 seconden rust of slaapt. Ook al ziet Elle er helemaal anders uit dan haar vader, zo is ze bijvoorbeeld groter, toch deelt ze de fascinatie voor de tijd: ‘Ik heb er wel iets mee. Na verstoppen vind ik de tijd boeiend.’ Ze doet ook geregeld uitspraken over de tijd die de lezer aan het denken zetten, zoals ‘Tijd is geen streep, het is een cirkel, net als mijn naam. Ik kom vanzelf weer thuis, als het tijd is.’ Of ‘Tijd is ongrijpbaar. Daarom moet je er zo goed op letten. Het [sic] glipt zo tussen je vingers door.’ In het laatste deel van het boek, waarin Elles bijzondere afkomst én toekomst duidelijk wordt, verwijzen ook de titels van de hoofdstukken naar de tijd: ‘De verstopte tijd’ en ‘Nu’. Elle belandt er in een ‘wondertijd’, waarin ze een bijzondere verbondenheid met haar reuzenvader ervaart. Ze rondt af met een opstel van zichzelf ‘Elle Gigantica’, waarin ze nog eens opsomt waar ze het meeste van houdt, een soort samenvatting van het verhaal én van zichzelf in het bijzonder.

Fascinerend, dit verhaal over groeien en de relativiteit van de tijd. Fascinerend, maar ook complex, het vraagt veel van de lezer, die net als Elle een moeilijke puzzel moet leggen: ‘Pas als je al veel stukjes hebt gelegd, zie je het hele plaatje.’ Een groot deel van de fascinatie van het boek steekt ook in de illustraties. Floris Tilanus verstaat de kunst om zowel humor (kijk maar naar de kabouter met blote bibs, klaar voor de prik) als spanning te creëren (wat hij onder meer doet door enkele pagina’s op een donkere achtergrond af te drukken). Tegelijk versterkt hij de vervreemding van het verhaal door de personages karikaturaal te vertekenen, waardoor ook gelaatsuitdrukkingen uitvergroot worden, zoals de spanning op Elles gezicht wanneer ze zich verstopt achter een gordijn. Niet alleen in woorden, maar ook in beelden is dit een tijdloos verhaal.

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur