De democratie staat wereldwijd onder druk. Zo lezen we dagelijks in de media. Misschien willen we kinderen dan wel eens uitleggen wat democratie nu precies is en hoe politiek werkt? Jeugdboeken hierover zijn er niet te kust en te keur. Wie is de baas? van Arwen Kleyngeld (ons al bekend van Het te gekke geldboek en Van boswachter tot Youtuber) brengt voor de jonge lezer voortreffelijke, vlot leesbare voorlichting. De prachtige vormgeving, de overvloedige illustraties van Melanie Drent en de humor die de auteur hanteert maken van dit boek een aanrader.
Wie is de baas? maakt eerst duidelijk wat politiek nu precies is. Met Christiana, de uit de hand gelopen, alternatieve samenleving in hartje Kopenhagen als voorbeeld, legt Kleyngeld eerst uit wat er gebeurt als er geen regels zijn en er niet bepaald wordt over wat kan en niet kan. Samen overleggen over wat de regels van het samenleven zijn: dat is politiek. En politiek is overal: afspraken in het huisgezin over wat je op de boterham smeert, hoe laat je naar bed gaat en welke games je mag spelen. Wie beslist op school wie er voor de klas staat? Welke boeken worden gebruikt? Hoe laat beginnen de lessen? Tegels of gras op de speelplaats? Met deze voorbeelden uit de leefwereld van het kind als opstapje bespreekt Kleyngeld vervolgens het land waarin we wonen en het begrip democratie met de scheiding der machten van de trias politica. Nederland in casu uiteraard. Jammer dat België nauwelijks ter sprake komt. Onbegrijpelijk dat de Nederlandse uitgever een marktaandeel van toch twintig à dertig percent niet beter bedient en de schrijver niet aangespoord heeft om meer zijsprongetjes naar België te maken. Maar niet getreurd. België en Nederland zijn tot op zekere hoogte vergelijkbare landen wat democratische staatsinrichting betreft. De jonge Vlaamse lezer zal toch heel wat opsteken en naar eigen land kunnen vertalen.
Wie is de baas? legt vervolgens nog uit wat verkiezingen zijn, welke politieke systemen en ideologieën er zijn, wat links, rechts en het centrum is in de politiek. Wat mensenrechten zijn, welke internationale organisaties invloed hebben op de wereldpolitiek (NAVO, EU, VN, UNESCO, WHO, …), wat pressiegroepen zijn en wat lobbyisten doen. We komen ook te weten hoe een revolutie verloopt, hoe je moet debatteren, hoe verkiezingen eerlijk of net niet eerlijk verlopen. Alles wordt helder uitgelegd met uitstapjes in de geschiedenis en de wereldpolitiek en veel grappige anekdotes.
Een speciale vermelding verdienen de handgeschreven teksten en de talrijke illustraties van Melanie Drent. De ragfijne, zwarte pentekeningen, ingekleurd met blauw potlood zijn van een uitzonderlijke kwaliteit en brengen de teksten helemaal tot leven. De illustrator smokkelde een eigen systematiek in het boek. Zo wordt elke hoofdstukje afgesloten met een regeringsgebouw (Het Haagse Binnenhof, de Rijksdag, Het Kremlin, …) en op de schutpagina’s staan talrijke icoontjes die terug te vinden zijn in het boek. De twee pagina’s vullende info-graphic van de ‘Grondrechtenstad’ verdient op posterformaat afgedrukt te worden.
De leeftijdscategorie waarvoor dit boek bestemd is, laat niet toe dat het boek voor de moeilijke en meer filosofische aspecten van democratie echt de diepte ingaat, en soms gaat het boek wel eens kort door de bocht als een politieke stroming wordt gedefinieerd. Maar als zeer gedegen introductie is dit aantrekkelijke werkje een warm aanbevolen unicum.
Dirk Tavernier