‘Ik vind alles stom’… Hoe vaak heeft een kind of volwassene niet zo’n baaldag? En hoe herkenbaar is zo’n zinnetje niet? Maar hoezo ‘alles’???
Die vraag ligt aan de basis van dit fantastische, allesbehalve stomme boek. Hoofdpersonages zijn twee spookjes, een originele vondst die kinderen meteen geboeid houdt. De hele tekst bestaat uit dialogen, de spookjes praten in tekstballonnen (vooral korte uitroepen, vragen en antwoorden, die het voorlezen tot een waar plezier maken). Alles begint met de uitroep van het grootste spookje: ‘IK VIND ALLES STOM!’, waarop het kleinste spookje reageert met ‘Echt?’ Op de tegenoverliggende pagina luidt het ‘Ja.’ En ‘Hmm…’ Tegelijk wordt je blik gezogen naar de illustraties. Heerlijk hoe Sophie Henn door enkel de stand en vorm van oogjes, wenkbrauwen en mond te veranderen, emoties direct herkenbaar weet neer te zetten. Wat een expressie legt ze op de laken-gezichten! Glimlachen, gemok, verbazing, aarzeling, twijfel, toegeving, vreugde, vertedering … al die gevoelens zullen jong en oud meteen weten te raken.
Na de openingsscène vraagt het kleine spookje: ‘… vind je mij stom?’ Volgt beeld zonder woord en dan ‘Nee, jou niet.’ En weer blijft je blik haken bij de gezichten van de spookjes. Het grote, boze spook geeft niet op: ‘MAAR VERDER VIND IK ALLES STOM?’ Maar ook het kleine spookje gaat door met vragen: ‘Vind je snoep stom? ‘Verkleden?’ Dit laatste is extra leuk. Gaat het misschien niet om ‘echte’ spookjes? Maar kijk, op de volgende pagina zijn ze vrolijk, bont verkleed. En dan komt de climax, een woede-uitbarsting, bijzonder expressief in beeld gebracht tegen een felrode achtergrond met een gapend zwart gat als mond en toegeknepen ogen. Volgt een spervuur van vragen door het kleine spook tegen een grasgroene achtergrond, groen dat staat voor ‘doorgaan’. Volgen fantastisch leuke scènes waarin ‘stom’ vervangen blijkt door ‘leuk’ en ‘GEWELDIG’. En natuurlijk volgt een geweldig leuk slot.
Dit fantastische prentenboek van Sophy Henn is voor mij nu al een klassieker!
Jan Van Coillie