Voorbij de wolken

Onze recensie

Kun je een geit ‘Aap’ noemen. Bij Annemarie van Haeringen kan dat net zo goed als dat je een geit ‘Sneeuwwitje’ noemt. Sneeuwwitje is immers ‘de mooiste geit van de wereld’ en Aap heet zo omdat ze heel goed kan klimmen. Dat demonstreert ze meteen door in een boom te klauteren. Ze wil echter nog hoger, het heelal in, ze wil graag op de Melkweg wonen. Alleen weet ze niet hoe ze daar kan geraken. Sneeuwwitje helpt haar meteen. Ze heeft de langste ladder die er bestaat. Al gauw reikt de ladder tot in de wolken en vervolgens door de dampkring. Aap zweeft weg tussen sterren en planeten. Ze buitelt door het heelal en als kijker/lezer buitel je mee, want je moet het boek in vier opeenvolgende illustraties telkens kantelen. Dan heeft Aap er plots genoeg van en daalt ze terug af. Ze beseft dat het heelal te groot en donker is en dat ze liever bij Sneeuwwitje wil blijven wonen. Ze laten hun gedachten zweven over het oneindige, mét dromen over feest en taart.

Wat dit boek net dat tikkeltje anders maakt zijn de speelse wendingen in woord en beeld. Wanneer Aap zegt op de Melkweg te willen wonen, reageert Sneeuwwitje dat ze die weg niet kent. Wanneer ze de ladder uitschuift, zegt ze toepasselijk ‘vooruit met de geit’. Wat later roept Aap ‘Ik ben in de wolken’ en als ze nog later door de dampkring gaat, vraagt Sneeuwwitje wat dat is, ze kent immers alleen een heksenkring en de leeskring. Terug op de begane grond vertelt Aap dolenthousiast hoe ze sterren zag ‘vallen en weer opstaan’. Ze zag zelfs ‘het mannetje van de maan, of was het een vrouwtje?’

Wanneer Aap door de wolken klimt, tekent Van Haeringen wolken als schapen, geiten, een veer, een hartje en huisjes. Eén schaap krijgt vijf poten. In het heelal vliegt een raket, maar ook een vliegende schotel met een groene alien. Opnieuw laat Van Haeringen haar meesterschap zien met waterverf. De bomen schildert ze in verschillende kleuren, door veel water toe te voegen aan de verf lijken ze soms doorschijnend. Ze maakt ook functioneel gebruik van kleuren. Zo verandert de lucht van blauw naar fel roze, vervolgens zwart en dan opnieuw roze op de slotprent, waarop de twee geiten languit naar de hemel staren. De laatste schutblaren laten de zwarte, oneindige sterrenhemel zien, met ook hier nog een extra knipoog naar de kijker.

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur