Er zijn van die kinderboeken waar je, hoe jong of oud je ook bent, meteen door gefascineerde wordt. Hop, in galop! Is zo’n boek. Zodra je het openslaat, is er pure magie, een beetje zoals de vroegste kijkers naar de eerste filmpjes gekeken moeten hebben. Met een techniek die ‘scanimation’ wordt genoemd, komen in dit stevige kartonboekje allerlei dieren tot leven. De zwart-witprenten bestaan uit zwarte en witte, verticale strepen, die het zwarte silhouet van het dier laten bewegen als je de pagina’s omslaat. Het paard galoppeert, de haan stapt trots vooruit, de hond rent, de kat springt, de adelaar zweeft, de aap slingert (waarmee de kleine luisteraars zich meteen identificeren); de vlinder fladdert en de schildpad zwemt.
De luisteraars worden meteen bij het gebeuren betrokken door de vraagvorm: ‘Kun jij draven als een paard?’ of ‘Kun jij zwemmen als een schildpad?’ Bovendien staat onder elke prent een klanknabootsing die de kleine luisteraars met veel plezier zullen meezeggen, van ‘Ku-ke-le-kuuu!’ Over ‘trippel-trippel-trap!’ tot ‘Spetter, spetter, spat!’ En daaronder volgt telkens nog een speels, tweeregelig versje als ‘Als ik ergens snel wil komen,/ zwaai en zwier ik door de bomen!’
Op het eind worden alle vragen op een rijtje gezet, waardoor je alle bewegingen nog eens samen kunt doen, waarbij de kinderen telkens vol enthousiasme ‘ja’ zullen roepen. Dan volgt de finale, even helder, eenvoudig als bevredigend: ‘Kun jij dit echt allemaal? Dan ben jij de STER van dit verhaal.’ Laat die ster maar schitteren.
Ik las het boek voor in een bibliotheek voor drie peuters, twee kleuters en twee mama’s en allemaal waren ze meteen helemaal in de ban van het boek. Meer nog, ze keken en luisterden niet alleen vol aandacht, ze deden ook enthousiast alle bewegingen mee. Het was heerlijk om op het einde hun ogen te zien schitteren, als ze allemaal de ster van het verhaal werden.
Jan Van Coillie