Obi’s ouders zijn gescheiden. Toch maken ze nog steeds veel ruzie met elkaar. Vandaag moet Obi alleen met de trein naar zijn moeder. Papa geeft hem wat geld en een oude GSM mee. Hij krijgt ook nog een oude rugzak van de kringloopwinkel. Zijn nieuwe is hij immers verloren. Onderweg naar het station wil Obi eerst die stomme, oude rugzak gaan ruilen voor een andere. Plots blijken er stemmen uit zijn rugzak te komen. Obi geeft in de kringwinkel te veel geld uit voor een zakmes zodat hij niet genoeg meer heeft voor een treinkaartje. Tot overmaat van ramp wordt hij bestolen en moet hij zonder geld en zonder GSM verder. Gelukkig ontmoet hij Saar en Babs en dat is het begin van een spannend verhaal.
Dit schitterende verhaal zit vol symboliek. De oude rugzak staat symbool voor een rugzak vol problemen en emoties die de jonge Obi met zich mee torst. Zijn ouders zijn gescheiden maar vechten nog steeds ettelijke ruzies uit. Daardoor voelt hij zich eenzaam en onzeker. Hij kan niet zo goed overweg met de verschillende emoties die hem voortdurend overvallen. Om die emoties duidelijk te maken, laat de auteur een groep erg diverse wezentjes in zijn rugzak wonen. Elk wezentje staat voor een andere emotie. Obi leert dat het ok is om af en toe bang te zijn, maar dat je je niet altijd moet laten leiden door dit gevoel. Zijn woede leert hij in toom te houden. Het kleine zaadje dat zijn zelfvertrouwen symboliseert, groeit doorheen het verhaal uit tot een heuse boom. De wezentjes in de rugzak vergezellen Obi vanaf het begin tot het einde op zijn spannende avontuur. Wanneer hij eindelijk bij mama aankomt, heeft Obi geleerd hoe hij met zijn emoties moet omgaan en hoe hij zijn zelfvertrouwen kan opkrikken. Het hoofdpersonage is erg herkenbaar voor jonge lezers. Soms is hij boos of bang of doet hij juist erg stoer. Vaak is hij erg onzeker. Op een subtiele manier laat de auteur weten aan zijn lezers dat al die emoties heel normaal zijn. Niets is echt helemaal hopeloos. Hoe zwart de dagelijkse realiteit er ook kan uitzien, toch is er nog steeds hoop op een goede afloop.
Ik heb dit boek in één ruk uitgelezen. De vlotte tekst is geschreven in de ik-persoon. Beschrijvingen wisselen af met spontane dialogen. Het boek begint met een dialoog, wat meteen de nieuwsgierigheid opwekt en waardoor je ook midden in het verhaal terecht komt:
‘Hij is lelijk.’
‘Jammer dan.’
‘Hij is te groot.’
‘Welnee.’
‘Hij is echt al heel oud.’
‘Nog prima bruikbaar.’
‘En hij heeft te veel riempjes.’
‘Handig toch?’
Ik had meteen de oude scoutsrugzak van mijn vader voor ogen. Eentje die ik ooit op de zolder van mijn grootouders vond. Maar voor wie zich zo’n oude rugzak niet kan voorstellen, zijn er de prachtige tekeningen van Linde Faas. Soms zijn ze een pagina groot, soms vind je een klein kleurig tekeningetje onderaan een bladzijde. Maar alle zijn ze even mooi. Leuk vond ik de ode aan de rugzak-wezentjes achteraan het boek. Elk wezentje krijgt er zijn eigen paginagrote afbeelding.
Op de laatste bladzijde wordt het boek opgedragen aan alle kinderen die een rugzak met zich meedragen. Dit prachtige boek is een aanrader voor iedereen!
Lut Vanderaspoilden