Samu is een overbeweeglijke jongen van 12. Op een dag merkt hij dat er woorden verdwijnen. Het eerste woord dat verdwijnt is ‘knalpot’. Vanaf nu zegt iedereen ‘pijp’ tegen dat voorwerp. Wel vreemd dat hij de enige blijkt die dit doorheeft. Of toch niet, er is nog iemand die op de hoogte is. Messiebessie, een oude, ietwat eigenaardige vrouw. Maar niet enkel de woorden verdwijnen. Er is ook iets vreemds aan de hand met de volwassenen. Die lopen somber rond, met doffe ogen en zonder levenslust. Wie of wat steekt er achter dit rare fenomeen? Samen met twee klasgenootjes tracht Samu dit te achterhalen. Hierdoor komen ze in enkele spannende, maar ook wel gevaarlijke avonturen terecht.
Een spannend boek over woorden en taal, wat kan je nog meer wensen. Ik vond het alvast heerlijk. De actie spat van de bladzijden. Tegelijk is er aandacht voor mooie woorden uit onze taal, die de jonge lezers misschien nog niet kennen of gebruiken, woorden ‘als eufemisme’, ‘talisman’, ‘haveloos’ of ‘ironie’. Deze woorden worden telkens in een apart kadertje naast de doorlopende tekst op een leuke, maar eenvoudige manier uitgelegd.
Het thema is overduidelijk: taal is belangrijk, woorden zijn belangrijk. Doorheen het hele boek wordt gespeeld met woorden en uitdrukkingen. Zoals op pagina 83: “Compleet onverwachts, als een donderslag in een koelkast. Ik weet dat ik eigenlijk zou moeten zeggen ‘als een donderslag bij heldere hemel’, maar volgens mij klopt die uitdrukking niet helemaal. Want nou ja, al is de hemel helder, het blijft sowieso de hemel, toch? Het is logisch dat een donderslag vanuit de hemel komt! Maar als je er goed over nadenkt, wat is er dan onverwachter dan bliksem in een koelkast?”
Maar het boek gaat natuurlijk niet enkel over woorden. De volwassenen die allen geleidelijk tot zombies verworden, zijn opgehouden met het zoeken naar schoonheid en kijken niet meer om naar de omgeving. Drie twaalfjarigen gaan met de hulp van een oudere dame op zoek naar wie de wereld aan het saboteren is. Die zoektocht is razend spannend en ook af en toe heel verrassend.
Het hoofdpersonage is een hyperactieve jongen, die op school vaak problemen heeft omwille van zijn impulsieve gedrag. Maar hij heeft buiten school vele talenten en die worden duidelijk in de verf gezet. Een hart onder de riem voor de lezertjes die ook andere talenten dan de schoolse vaardigheden hebben.
De schrijfstijl is even snel, flitsend en hyperactief als het hoofdpersonage. Het hele verhaal wordt trouwens ook door Samu verteld. Hij geeft een gedetailleerd relaas, doorspekt met zijn soms chaotische gedachten en aangevuld met dialogen, vaak in spreektaal. Door de korte hoofdstukken en het gebruik van verschillende typografieën om belangrijke woorden of zinnen aan te duiden, leest dit boek prettig en vlot. Ook de vele, sprekende zwart-wit tekeningen dragen hiertoe bij.
De auteur wilde met dit boek kinderen aan het lezen zetten die echt niet graag lezen en ik denk dat hij hier zeker in slaagt.
Ik wil toch de vertaalster Henrieke Herber bijzonder vermelden. Op geen enkel moment in dit lijvige boek merk je dat je een vertaling leest. Een echt huzarenstukje vind ik dit, vooral omdat het boek over taal gaat en uit een Romaanse taal naar het Nederlands is vertaald. Knap werk!
Kortom, ik kan dit boek heel warm aanbevelen aan iedereen die van schoonheid, taal en woorden houdt. (en natuurlijk ook van een spannende detective)
Lut Vanderaspoilden