De prins die licht gaf

Onze recensie

‘Ach! Dit verhaal loopt goed af, maar het begint niet al te best.’ Met dit kleine ‘voorspel’ wijkt Edward Van de Vendel af van het klassieke sprookjesbegin. Maar meteen daarna wordt duidelijk dat hij een spel speelt met die sprookjesconventie, want hij begint wel degelijk met ‘Er was eens’: ‘Er was eens een koning, die al jaren met drie buurlanden tegelijk aan het vechten was’. De volgende zin laat je ook al proeven van Van de Vendels rijke stijl met functionele herhalingen, klankspel en een opsomming met een verrassend slot: ‘Ieder meisje, iedere jongen, ieder paard en iedere ezel moest legerwerk doen: sjokken, sjouwen, schieten, sneuvelen’.

Anders dan in de bekende sprookjes volgt meteen een bruuske wending, nog versterkt door de vers-schikking. De oude kokkin neemt een jonge helpster aan en:

‘De koning wilde dat het meisje naar zijn kamer kwam,

en nu wordt het dus niet al te best:

daar kwam een kindje van,

maar toen het kindje kwam,

ging het kokkinnetje dood.’

De oorlogszuchtige koning verstoot het kind, waardoor het ‘onopvallend’ opgroeit. Na drie jaar echter gebeurt er iets wonderlijks: het prinsje begint te gloeien en betoverend te zingen. Als dat de wrede koning ter ore komt, laat hij de jongen opsluiten in een donkere kamer. Zijn licht dooft en ook het gezang stopt. Enkel de oude kokkin besteedt nog aandacht aan hem.

Terwijl zijn vader gevechten blijft voeren, gebeurt een volgende wonder: de kleine Luciano sluit vriendschap met een oranjerood zwerfpoesje en begint opnieuw te stralen en te zingen. Een van zijn twee bewakers, ‘Woest’, rijdt spoorslags naar de koning en die laat zijn zoon opsluiten ‘in de allerdonkerste nis van de kerker’. Dankzij Van de Vendels beeld- en klankrijke taal zie én hoor je dat gebeuren: ‘Traliedeur dicht, grendel ervoor, kláng.’ Voor de tweede keer stelt de oude kokkin de prins gerust: ‘Op een dag hoeft het niet meer. Op een dag weet je het zeker: nu is het genoeg.’ Een voorspelling die klinkt als een bezwering.

En weer gebeurt er iets onverwachts. Luciano’s tweede bewaker, ‘Dwars’, bekent dat hij eigenlijk ‘Olielampje’ heet en dat er meer kinderen zijn zoals de prins en zoals hij ooit was. Voor hem is het te laat, hij is hard geworden, maar voor de prins en de andere kinderen niet. Want er is een plan, ‘en het plan begint met rottend fruit’. Wat dat plan inhoudt, kun je als lezer zelf ontdekken. In elk geval kent het verhaal zoals voorspeld een happy end. Daarbij speelt muziek een centrale rol, een belangrijk motief bij Van de Vendel. Muziek en kunst in het algemeen bieden immers troost. En wie de kleine prins hoorde zingen, ‘wilde in het liedje kruipen, en ook, tegelijkertijd, eropuit trekken, iets doen, iets veranderen, de wereld, het land.’ Later in het verhaal daalt zijn melodietje ‘als een zachte, doorzichtige zalf over de mensenmassa.’

Dan volgt een zwakker moment in het verhaal: een troep soldaten onder leiding van Woest raakt al te gemakkelijk in zijn geheel betoverd door het gezang en wordt mak als lammetjes. Dit fragment had sterker gekund als de auteur meer spanning, twijfel en nuance ingelast had. Anders dan in zoveel hedendaagse sprookjesbewerkingen loopt het verhaal uiteindelijk dus wel goed af. Daarbij geeft Van de Vendel de geleidelijke verandering van de koning sterk weer en rondt hij af met een krachtige slotzin: ‘Vuurvliegjes weten niet wat grenzen zijn. En een vonk die van binnenuit aangestoken is, draagt zichzelf altijd verder, verder, almaar verder.’

Niet alleen de kracht van muziek, maar ook de rol van katten en de ‘macht’ van kinderen (en kinderlijke volwassenen) zijn bekende motieven in Van de Vendels werk. Vuurvliegjes vliegen naar alle kinderen in het land. ‘En naar een paar grote mensen die nog kinderen waren, maar dan met wat meer leven om zich heen.’

Opnieuw levert de samenwerking tussen Edward van de Vendel en Martijn van der Linden een schitterend meesterwerk af, dit keer ook letterlijk. De kleine prins schittert echt, vanaf de mysterieuze prent waarop hij voor het eerst licht geeft in zijn kleine bedje, omringd door vuurvliegjes. Nog feller schittert hij wanneer, als hij groter is, die vliegjes als een wolk omhoogstijgen en over de stad zweven. Dat licht wordt versterkt door het contrast met de duistere setting, een contrast tussen licht en donker dat doet denken aan de clair-obscur effecten op schilderijen van Caravaggio of De la Tour. Betoverend mooi. Fascinerend is ook het contrast tussen die indrukwekkende kleurenprenten en de kleine vignetten in blauwe inkt, die duidelijk geïnspireerd zijn op middeleeuwse, volkse houtsneden. Het boek had voor mij wel op groter formaat gedrukt mogen worden, zoals andere ‘klassieke’ sprookjesprentenboeken. Dat maakt ook het voorlezen voor een groep gemakkelijker.

Ik werd van begin tot einde betoverd door dit sprookje, zowel door de beeldrijke tekst als door de suggestieve beelden. Op het eind voelde ik me zelfs wat ‘verlicht’ en ‘lichter’ in meerdere betekenissen van het woord.

Jan Van Coillie

 

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur