De poppen van Spelhorst. Een verhaal uit Norendië

Onze recensie

‘Er was eens…’ Deze toverformule waarmee zoveel sprookjes en verhalen openen, duikt meermaals op in De poppen van Spelhorst. De intro opent ermee en ook het ‘eerste bedrijf’. Jawel, het verhaal wordt gepresenteerd als een toneelstuk of een stuk voor poppenspel. En dat wordt het op het einde ook echt wanneer een poppenspel wordt opgevoerd.

In het eerste bedrijf wordt de oude, eenzame zeekapitein Spelhorst voorgesteld. In de etalage van een speelgoedwinkel ziet hij een meisjespop ‘met en hartvormig gezicht en de violetkleurige ogen van iemand die Spelhorst lang geleden had liefgehad.’ Die pop wil hij, maar hij moet van de verkoper de andere vier poppen die erbij staan ook kopen: een jongen, een koning, een wolf en een uil. Ze horen samen, zo stelt de verkoper, ‘want ze zitten in een verhaal.’

De poppen kunnen praten, al kunnen mensen hen niet horen. De verteller geeft hen elk een eigen stem, zodat wij als lezers hun persoonlijkheden meteen leren kennen: het meisje is een en al verwondering. De jongen lijkt eerder timide, maar dat blijkt maar schijn. De koning is ijdel en formuleert bijna alles al een bevel, de wolf schept voortdurend op over zijn scherpe tanden en de uil geeft plechtig de ene na de andere wijsheid mee: ‘”Alles zal worden onthuld,” zei de uil, die vaak met dit soort uitspraken kwam.’ Alle vijf blijken ze een onvervulde wens of droom te hebben. De jongen bijvoorbeeld wil iets belangrijks doen in zijn leven. Die wensen stuwen het verhaal voort, al komen ze een voor een uit zonder dat de hoofdrolspelers dat verwachtten.

De magie van verhalen loopt als een rode draad door het boek. Die steekt niet alleen in de herhaling van ‘Er was eens’, de formule krijgt als opener van het poppenspel een bijzondere lading die het effect ervan op de luisteraars illustreert: ‘”Er was eens”, zei Emma op indrukwekkende toon. En met het uitspreken van deze drie woorden werd het stil in de kamer. Iedereen was in afwachting.’ Natuurlijk gaat het verhaal niet enkel over de avonturen van de poppen. Kate DiCamillo verweeft er ook onnadrukkelijk een levenswijsheid in, die ze op het eind in de mond van de koning legt, die daarvoor de rol van tovenaar krijgt: Mogen jullie altijd met verwondering naar de maan en de sterren en de zon kijken. Mogen jullie de grote wijde wereld in trekken. En waar jullie ook heen gaan, mogen jullie liefhebben zonder spijt – want dat is de grootste rijkdom op aarde.’

Het is niet enkel genieten van de magie van DiCamillo’s verhaal, maar ook en vooral van haar betoverende taal. Lees maar hoe ze de oude zeeman met enkele, bijzondere details neerzet: ‘Een van de ogen was vertroebeld door grijze staar, maar het andere oog was verbluffend helder blauw.’ Ook Vertaler Harry Pallemans verdient hier een pluim, hij weet de rijke taal prima te bewaren. Kijk maar naar het volgende staaltje: ‘De duiven op de vensterbank van Spelhorsts kamer keken met een schrandere, hooghartige blik nar de oude man. De vogels kwamen en gingen en kwamen terug, en hun vleugels klonken alsof iemand een spel kaarten schudde.’ Of neem de poëtische, beeld- en klankrijke combinatie van woorden in de tweede zin van het volgende fragment: ‘Wat de havik betreft, die besefte ineens dat wat hij in zijn klauwen had, niet leefde. Het had niet de grillige, hortende hartslag van de wanhoop.’

De poppen van Spelhorst is een meeslepend, sprookjesachtig en poëtisch verhaal dat de magie van ‘Er was eens’ treffend illustreert.

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur