De ongelooflijke (maar waargebeurde) heldendaden van Antar

Onze recensie

In haar nawoord legt Lydia Rood uit dat Antar echt geleefd heeft, in de zesde eeuw na Christus op het Arabisch schiereiland. Hij was een dapper krijger én gerespecteerd dichter. Hij is beroemd gebleven, niet alleen omwille van zijn heldendaden maar ook door zijn hartstochtelijk liefde voor Abla, voor wie hij prachtige liefdesverzen schreef. Het boek eindigt trouwens met een van die gedichten, dat overigens in goud geborduurd ophangt in de Ka’bah, het zwarte heiligdom in Mekka.

De heldendaden van Antar zijn te ongelooflijk om waar te zijn, iets waar de titel op inspeelt. Vanaf het begin word je meteen midden in de actie gegooid wanneer Antar zonder te aarzelen een reusachtige wolf doodt. Je ziet als het ware alles voor je ogen gebeuren. Dat is te danken aan Antars jongere broer Haroen, die de heldendaden levendig vertelt en elk van de 29 verhalen eindigt met ‘Ik ben Haroen en ik was erbij; ik ben zijn broertje en slimmer dan hij.’ Antar verslaat vijanden aan de lopende band, zeker wanneer hij het paard Abzjer de Gevleugelde in zijn bezit krijgt én een  onoverwinnelijk zwaard, gemaakt uit een vallende ster. Toch heeft hij het niet gemakkelijk met zijn vader Sjaddad die hem niet als zijn zoon erkent én hem geregeld afranselt. Zijn moeder is een geroofde Afrikaanse prinses, wat hem tot een slaaf maakt. Hij wordt bovendien voortdurend belaagd door jaloerse prinsen, die zelfs de koning tegen hem proberen op te zetten en zijn geliefde Abla van hem proberen af te nemen. Naar het einde toe stijgt de spanning wanneer hen dat bijna lukt. Uiteindelijk redt Antar zijn hele volk van de Bloeddrinker en zijn mannen. Maar nog laten de prinsen hun snode plannen niet varen en Antar vertrekt opnieuw op een gevaarlijke missie. Zo eindigt het boek open en Haroen besluit dat dit niet het laatste verhaal over Antar was.

De heldendaden van Antar zijn duidelijk geworteld in de Arabische traditie, met leeuwen en kamelen, prachtige paarden, woeste rovers, prinsen, een koning die onaantastbaar is en mannen met meerdere vrouwen (die geregeld geschaakt worden). De verhalen worden verteld in een bloemrijke stijl die zowel de gedichten van Antar kleurt als de gewelddadige taferelen: ‘Ten slotte sloeg Antar de boze bruidegom met één slag van zijn zwaard doormidden. Hij viel in twee stukken uit elkaar. Je kon duidelijk zien dat hij meer darmen had dan hersenen.’

Actie genoeg dus in deze ongelooflijke verhalen, die wat de verbeeldingskracht betreft doen denken aan de avonturen van de Baron van Munchhausen. Toch kunnen ze wat mij betreft niet tippen aan de beeldenrijkdom van de sprookjes uit duizend-en-één-nacht, noch aan de humoristische verhalen over de Turkse Nasreddin Hodja.

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur