De helletorens. Tweelingbloed

Onze recensie

Fantasieverhalen worden vaak meteen gelinkt aan kinderen. Het is dan ook extra fascinerend dat het genre van de ‘fantasy’ zoveel adolescenten en volwassenen aanspreekt. De strijd tussen goed en kwaad in een verzonnen wereld die ons doet nadenken over onze eigen wereld blijkt tijd- en leeftijdloos. Misschien net daarom trekt die zoveel debutanten aan die hun eerste stappen in de literatuur voor young adults zetten, zo ook Hannelore Bedert, die hiermee ook de stap van de muziek naar de literatuur zet.

Met woorden een andere wereld scheppen, die toch herkenbaar blijft voor lezers van hier en nu, is een van de grote uitdagingen voor auteurs van fantasy. Hannelore Bedert slaagt daar voortreffelijk in. De twee immense Helletorens uit de titel doemen als het ware voor je ogen op terwijl je leest. Die toren tellen meerdere verdiepingen, bevolkt door bewoners die ingedeeld zijn in tien rangen. De onderste rangen kennen het beste leven, of zo wordt het iedereen toch voorgespiegeld door de Helleherders, die de bevolking in bedwang houden.

Het hoofdpersonage Lexa groeit op in rang 5. Ze droomt ervan te kunnen dalen naar de onderste rang, omdat daar een medicijn zou zijn tegen het dodelijke virus dat het leven in de torens bedreigt en ook haar vader besmet heeft. Samen met haar beste vriend Mico neemt ze deel aan het Keuzemoment, waarbij je een lagere of hogere rang toegewezen krijgt. Tegen haar verwachtingen in kiest Mico voor een hogere rang, waardoor hun wegen scheiden, al houden ze contact door een soort telepathische gave die ze delen. Elk in hun nieuwe rang ontdekken ze de duistere motieven achter het systeem van de rangen én wie de eigenlijke macht in handen heeft. Voor Lexa is die ontdekking bijzonder verwarrend en pijnlijk: de geheimen van het systeem blijken nauw verweven met familiegeheimen, waarbij ze zelf ternauwernood weet te ontsnappen aan de verleidelijke drogredenen van de dictatuur.

De manier waarop Hannelore Bedert die retoriek van de dictatuur in vraag stelt en geleidelijke ontmaskert is voor mij een van de boeiendste kanten van haar boek. De lezers worden uitgedaagd om met Lexa het wezen van de dictatuur bloot te leggen: ‘Ik kan niet meegaan in het enthousiasme. Ziet niemand dan wat er gebeurt? Is dit niet wat anderen ons hebben voorgedaan? Een select groepje vooraan, enkele krachtige stemmen, een sterk wapen, en een wanhopige menigte die blindelings volgt?’ (p. 367)

Hoewel de plot enkele zwakkere momenten kent, bleef ik toch geboeid verder lezen. De auteur weet de spanning hoog te houden, wat geen kleine verdienste is voor een debutant. Van bij het begin wil je weten wat er gebeurt in die verschillende ‘rangen’ en wat er zo vreselijk is in rang 9. En wat houdt dat ‘Keuzemoment’ precies in en wat doen de Helleherders precies? Neologismen zoals het woord ‘Helleherders’ zorgen er ook voor dat de fantasie van de lezers geprikkeld wordt, en er volgen er meer, soms fascinerend door de klank alleen al: ‘hindel’, ‘zilde’, ‘adel’, ‘oraden’, ‘daadkogels’, ‘stots’ …

Nog een verdienste van de auteur is dat ze er geregeld in slaagt de complexe, botsende gevoelens van haar hoofdpersonage herkenbaar en inleefbaar onder woorden te brengen. Een voorbeeld: ‘Ik probeer mijn irritatie onder controle te krijgen, maar word heen en weer geslingerd tussen heel uiteenlopende gevoelens. Ik moet mijn mond houden, ik moet wachten, ik moet volgen, maar ik wil aan alles deelnemen, ik haat het om behandeld te worden als een klein kind.’ (p. 315).

Tegelijk kan de auteur op dit punt nog groeien. Af en toe vervalt ze nog in clichés om de emoties te verwoorden, zoals in: ‘Mijn benen lijken uit watten te bestaan, zo moeilijk is het nog om mij voor te bewegen, zo overmand ben ik door ongeloof en angst’ (p. 60); ‘… laat de tranen rijkelijk over mijn wangen stromen’ (p. 280) of ‘Ze kijken alle drie bezorgd, alsof ik van glas ben gemaakt en elk moment kan breken.’ (350). Ook al slaagt de auteur er voortreffelijk in de ruimte en de belangrijkste personages overtuigend in beeld te brengen, door te werken aan een beeldrijker, plastischer en originelere stijl, zou ze de lezer nog sterker in haar verhalenwereld kunnen meeslepen. Daarvoor kan ze inspiratie halen bij grootmeesters in het genre als Philip Pullman en Marco Kunst.

Jan Van Coillie

 

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur