Dunne boeken, het is altijd een moeilijke kwestie bij mij. Maar wanneer die 125 bladzijden vol zitten met uitdagingen, onzekerheden, twijfels en emoties zoals in dit verhaal, dan hoor je mij echt niet klagen. De auteur slaagt erin om op een minimale hoeveelheid pagina’s heel veel te vertellen, en nog meer te laten voelen. Er staat geen woord te veel, en elke zin voedt de sfeer van het verhaal. De intro van het verhaal schetst meteen die sfeer: ‘Ik ga vertellen wat er precies gebeurde in die afschuwelijke winter.’ (5) Je zet je als lezer daarna meteen schrap voor wat er nog moet komen.
Krister heeft het op school niet gemakkelijk. Hij legt moeilijk contact en houdt vooral van rust, de vuilnisbelt, de astronomieclub en Star Wars. Een paar pestkoppen op school hebben het constant op hem gemunt: zijn bril vernielen, hem opsluiten in de toiletten,.. Kaj, zijn jongere broer, ziet het gebeuren en wil hem helpen: ‘Ik wou naar buiten rennen en hem redden, ik wou hem omhelzen en met hem over de omheining springen en alleen maar rennen. Naar een betere plek zou ik rennen.’ (35)
Hoe de auteur de pesterijen schetst, de reactie van Krister, en hoe Kaj zich eronder voelt, getuigt van veel inzicht in een pestsituatie. Het verhaal beschrijft echt hoe het eraan toe gaat en welke enorme hoeveelheid – ook heel tegenstrijdige – emoties daarbij vrijkomen, zoals hier: ‘Maar de laatste weken had ik soms echt gewenst dat ik een normale broer had. Wat dat dan ook was.’ (51)
Kaj doet wat hij kan, meldt het bijvoorbeeld aan zijn klasselerares, maar er gebeurt niets. Als gevolg daarvan maakt hij zich vooral veel zorgen over zijn broer en zijn situatie: ‘Soms voelde het bijna alsof hij aan het verdwijnen was. Ik kreeg pijn in mijn buik. Want ik wist echt niet hoe een kleine broer kon blijven bestaan als er geen grote broer bestond. Dat ging gewoonweg niet.’ (48)
Hij voelt zelf ook aan dat de situatie escaleert, en niet vanzelf gaat stoppen. Dus breekt hij zijn hoofd hoe hij zijn broer kan helpen. Zijn beste vriendin Naima helpt hem en komt met een plan. Kaj heeft er al snel grote twijfels bij: ‘Ik werd bang. Ik wou niet terugslaan. Ik wou alleen maar dat alles oké zou zijn.’ (42) Maar zijn verlangen om het te stoppen en zijn angst dat de situatie nog verder zou escaleren, wint het van zijn verstand. Maar dan loopt het plan van Naima helemaal mis…
Het meest bijzondere aan het boek vind ik toch wel het perspectief. Ik ken niet zoveel boeken over een broer van een pestslachtoffer. Het is intrigerend om te zien welke invloed het pesten van zijn broer op Kaj heeft. Het boek toont glashelder aan dat niet alleen het slachtoffer zelf onder de situatie lijdt, maar ook hoe hard die op zijn broer weegt. Hij maakt zich ongelooflijk veel zorgen, waardoor hij zich vaak slecht of zelfs echt ziek voelt. Hij blijft maar oplossingen proberen en voorstellen: met de leerkracht praten, met papa, toch iemand inlichten, maar ofwel ketst Krister het af of wel loopt het op een sisser uit. Die machteloosheid in combinatie met de toenemende dreiging in het verhaal hebben op mij alvast een diepe indruk nagelaten.
Het is een heel mooi boek, dat vooral gaat over de band tussen twee broers en hoe die band onder druk komt te staan door het feit dat Kirster gepest wordt. Het geeft een heel realistisch beeld van een pestsituatie en de invloed daarvan op de betrokkenen. Door het rake taalgebruik in combinatie met het gevoelige thema werd dit boek zeer terecht bekroond.
Barbara Artoos
Meer weten:
Dit boek won in 2024 de August Prize voor jeugdliteratuur, zowat de meest prestigieuze literaire onderscheiding voor Zweedse literatuur. (zie ook https://nl.wikipedia.org/wiki/Augustprijs)