Atman! werd oorspronkelijk door Bart Moeyaert geschreven voor een muzikale familievoorstelling voor opera en dat merk je. De tekst is een en al muzikaliteit, met veel klankvondsten, rijm en ritme met een stevige cadans.
In 27 korte hoofdstukken vertelt Moeyaert het verhaal van de jongen Atman, die op een keer als hij van de bakker komt, de weg naar huis niet meer weet. Zelf zegt hij niet zo’n held te zijn, al wordt hij, als hij zijn cape op heeft, op school Batman genoemd. Daarmee is hij zo’n typisch, broos Moeyaert-personage, dat als het ware overvallen wordt door de gebeurtenissen, maar uiteindelijk toch zijn weg vindt. Een personage dat, zoals het aan het eind (weliswaar als vraag) getypeerd wordt ‘af en toe wat aandacht wil’, ‘daarom iets verzint’, en ‘een merkwaardig kind’.
Atman is nog maar net de weg kwijt of hij ontmoet al een gehaaste man, die hem de raad geeft in geval van gevaar ‘HELP!’ of ‘S!O!S! te roepen. Dat zal later nodig blijken. Op zijn dwaaltocht tuimelt hij van het ene gevaar in het andere. Hij wordt meegenomen op een schip met een bende zeerovers onder bevel van kapitein Plien. Hij springt in zee en wordt op het nippertje gered door een onbekende die hem verder in het verhaal ook zal redden van een irritant wezen dat zichzelf ‘Hem’ noemt. Zo belandt hij opnieuw in de handen van kapitein Plien, die uiteindelijk een soort beschermende moederfiguur blijkt. Uiteindelijk wordt hij terug naar huis geholpen door een doortastend meisje. De sprongen in het verhaal doen soms denken aan Alice in Wonderland, net als het nonsensicale gesprek met de rare Hem. Theatraal is ook het taaltje van piraat Plien: ‘Jij houwe je bek./ Jij doen wat ik zeg./ Hop hop naar de kade en vare.’
Dat Moeyaerts tekst je blijft meeslepen, ligt ook aan de poëtische technieken die hij aanwendt. Behalve eindrijm en ritme bijvoorbeeld ook alliteratie: ‘Ik hoorde mijn hart huppelen’. Geregeld ook synesthesieën, waarbij zintuigen gemengd worden, als in ‘Heeft stilte de kleur van de nacht?/ Kun je ruiken hoe diep het er is?’ En verder klankrijke opsommingen en bijzondere combinaties als ‘De stem van Hem was donker/ en had een rand van glas.’ Meegesleept word je, maar voor poëtische strofen als de volgende blijf je toch even stilstaan: ‘Weet je waar het heimwee blijft,/ als het nergens nodig is?/ Ligt het te slapen onder je hart,/ onder een laken van gemis?’
De illustraties van Mark Janssen lijken soms op decors voor opera, met weelderige settingen in ongewone kleuren, bijvoorbeeld wanneer Atman kopje onder gaat in zee. En de enge zeerovers zijn echte griezels, maar wel met een vleugje humor. Indrukwekkend is de prent aan boord van het schip, waarop ze eruitzien als reuzen, in contrast met de nietige Atman.
Laat je meevoeren op de golfslag van Moeyaerts ritmische, klankrijke zinnen, gebonden maar ook beschermd door het rood van Pliens touw, dat ook het rood is van de deur, de ronkende kat en de gonzende kachel thuis. En dus het rood van de vertrouwde warmte, wanneer je na verloren te zijn gelopen, weer thuis komt.
Jan Van Coillie