Een meisje vertrouwt haar zorgen toe aan haar knuffelkonijn. Over honderd dagen gaat Mo, haar beste vriend, verhuizen. Honderd dagen lijken nog erg ver weg, maar ze vliegen voorbij. Opeens is Mo weg.
Het verhaal wordt verteld vanuit het ik-perspectief, waarbij het meisje praat met haar knuffelkonijn. Het is een ode aan de vriendschap, maar geeft ook het verdriet weer dat het meisje voelt als haar leuke buurjongen plots verhuist. De zinnen zijn meestal kort. Het gesprek met het konijn wordt afgewisseld met af en toe een poëtische beschouwing: “Kon ik alles maar naar binnen blazen. Dan legde ik het op de vloer en keek ik wat ik zou houden: een mooie wolk, de zomervakantie, alle dagen met Mo.” Leuk vond ik de neologismen zoals ‘’katklauteren’ en ‘grasworstelen’.
Het lettertype bootst een handschrift na. Goed gevonden, want zo lijkt het boek op een dagboek, hoewel het de leesbaarheid niet bevordert. De illustraties zijn heel bijzonder. Yvonne Lacet is een fotografe. Voor dit boek maakte ze een maquette van de straat waar alles zich afspeelt. Van deze maquette maakte ze dan foto’s. Enkele beelden van dit maakproces vind je terug in haar Instagram account. Alle beelden zijn gemaakt vanuit de kamer van de hoofdpersoon, waar ze naar buiten kijkt in haar straat en waar ze soms naar Mo kijkt door haar verrekijker. Deze beelden zie je ook in het boek door de beperkte rondjes van die verrekijker. Een verrassend perspectief en een leuke vondst!
Ik las het boek voor aan een groep kleuters van vier en vijf jaar. Dit is een heel visueel boek en ik merkte dat de illustraties meer geschikt zijn voor een intiem voorleesmomentje met hoogstens een paar kinderen. Als je ze toont in een grotere groep, komt het visuele proces niet helemaal tot zijn recht.
Ik vond dit een verrassend prentenboek, ideaal om gezellig voor te lezen aan een klein groepje.
Lut Vanderaspoilden