Alleen in de nacht

Onze recensie

Frank is zo’n typisch kinderboekenpersonage: een eenzaat die zijn toevlucht zoekt in boeken, in een dorp woont ‘waar nooit iets gebeurt’, een irritant klein broertje heeft en ouders die hem niet begrijpen en die bevriend is met een oude buurvrouw die hem wél begrijpt (en zoals in zoveel boeken graag taarten bakt, groene vingers heeft en een lieve hond). Frank heeft niet alleen geen vriendjes (op zijn verjaardagsfeestje komt niemand uit zijn klas), hij is ook bang voor het donker en monsters. Tot zover niets nieuws in kinderboekenland.

Maar dan gebeurt er iets totaal onverwachts. Nadat hij gebeten werd door de hond van de buurvrouw, krijgt hij een vreemde droom die geen droom blijkt te zijn. Hij verandert ’s nachts in een monster, een weerwolf die echter – anders de monsters uit verhalen- heel lief is en vooral ‘geaaid en gekriebeld’ wil worden. De weerwolf als symbool dus voor Franks angsten en verlangens.

Natuurlijk veroorzaakt hij paniek in het dorp en wordt hij belaagd door jagers en politie, die hem willen doden. Dan neemt het verhaal opnieuw een wending die toch wel gezocht overkomt. Frank wordt gered door twee ‘spoken’, geesten van verongelukte kinderen, die hem door een onderwatertunnel naar de bibliotheek brengen, die een magische doorgang blijkt te bevatten naar een andere wereld, bevolkt door ‘monsters’ als vampiers, boswezens, zeemeerminnen en bergtrollen. Met hun steun en vooral die van de bibliothecaresse leert hij zichzelf te aanvaarden: ‘Het voelde alsof ik er een familie bij had gekregen. Eentje die mij begreep en mij accepteerde om wie ik nu was.’ Tegelijk blijft het einde open: in de ‘echte’ wereld van het dorp en zijn gezin is er immers niets veranderd.

De korte, eenvoudige zinnen maken het verhaal geschikt om zelf te lezen  vanaf een jaar of zeven. Anderzijds zorgen die korte, vaak gelijklopende zinnetjes soms wel voor een stroef ritme als je het verhaal wil voorlezen. Een paar keer is de vertaling slordig, bijvoorbeeld door de storende herhaling in volgende zin: ‘Voorzichtig sloop ik het water in en verstopte me voorzichtig in het riet.’

Het aantrekkelijkst aan dit boek is de heldere verwoording van de vaak verwarde gevoelens van de naar genegenheid en waardering snakkende Frank. Die gevoelens komen onder meer goed tot hun recht in de gesprekken met de lieve, oude buurvrouw, die hem af en toe wijze lessen geeft die tot nadenken stemmen: ‘Het enige wat je zeker weet is dat je nergens zeker van kunt zijn. Niets duurt voor eeuwig. Dat geldt voor zowel het goede als het slechte.’ Of ‘En mensen zijn bang voor dingen die anders zijn. Ze begrijpen hem niet. Ze weten niet wat hij wil. En dan is het makkelijk om te denken dat het monster iets slechts wil doen.’

De tekeningen in het boek zijn opmerkelijk, niet alleen door de retrostijl die verwijst naar de jaren vijftig en naar manga’s, maar ook door de ‘verkinderlijking’ van de volwassenen én zelfs van weerwolf-Frank, die er eerder uitziet als een pluizig troetelbeest.

Jan Van Coillie

Meer lezen

Paul van Loon, Dolfje weerwolfje: een Nederlandse klassieker over een jongen die af en toe weerwolf wordt

Ole Lund Kirkegaard, Pudding Tarzan: Deense klassieker over een jongetje dat zijn angsten en de pesterijen van anderen overwint door verbeeldingskracht

 

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur