Alice tuimelt in Wonderland

Onze recensie

Alice’s Adventures in Wonderland (Lewis Carroll, 1865) is een van de meest vertaalde en bewerkte kinderboeken en zonder twijfel het meest uitdagende. De talrijke woordspelletjes, dubbele bodems en absurde situaties trekken steeds opnieuw vertalers en bewerkers aan.

Tiny Fisschers bewerking is een eigentijdse, vlot leesbare versie. In een kort ‘Nog even nakaarten’ in dialoogvorm wordt duidelijk dat de lange liedjes en versjes verdwenen zijn: ‘Die waren veels te 1865.’ Het oorspronkelijke verhaal is ook op andere plaatsen ingekort, waardoor het meer vaart krijgt. Zo schrapt ze het ‘droge’ verhaal van de muis over een veldslag en vervangt ze het door één zin: ‘En daar kwam me toch een verhaal over wie welk land ooit had veroverd en hoe dat allemaal was gegaan…’ Maar vooral verlevendigt ze het geheel door expressieve woorden toe te voegen en snedige, korte stukjes dialoog. Vergelijk volgende fragmenten uit het begin van het derde hoofdstuk in de versie van Matsier (‘Een verkiezingsrace en een lang verhaal’) en die van Fisscher (‘Ren je rot en een verhaal met een staartje’)

Het was een hoogst merkwaardig gezelschap dat zich aan de kant verzamelde – de vogels met verfomfaaide veren, de andere dieren met hun vastgeplakte vacht, allemaal kletsnat, humeurig en rillerig. (Matsier)

Daar stonden ze, kletsnat, sommige bibberend en allemaal in een slecht humeur (ook de eend, want zout water, bah). (Fisscher)

En dat wilde Alice niet toegeven zonder te weten hoe oud hij was, en aangezien de Lori resoluut weigerde zijn leeftijd bekend te maken, was het gesprek daarmee afgelopen. (Matsier)

Alice sloeg haar armen over elkaar. ‘O ja, hoe oud ben jij dan?’

‘Dat ga ik niet aan je neus hangen.’

‘Dan geloof ik ook niet dat jij alles beter weet,’ reageerde Alice eigenwijs. (Fisscher)

 

Wat het verhaal met een staartje betreft, Fischer ‘vertaalt hier wel het verhaal van de muis in versvorm, maar jammer genoeg niet afgedrukt in de vorm van een muizenstaart zoals in het origineel. Ze vertaalt overigens nog andere nonsensverzen en dat doet ze met een bewonderenswaardige combinatie van helderheid en speelsheid. Ook voor andere vertaalproblemen (zoals neologismen en woordspelingen) vindt ze knappe oplossingen. De muis zegt niet zomaar een ‘droog’ verhaal te vertellen, bij Fisscher zegt die dat het gaat om de ‘aller-droogste stof’ die hij kent, waarop Fisscher een zin toevoegt die de woordspeling verduidelijkt voor de jonge lezers. Alice snapt het plotseling: ‘lessen waarbij je in slaap valt omdat ze onnoemelijk saai zijn, worden ook wel ‘droog’ genoemd.’ Of neem het woordspel met de verschillende onderdelen van rekenen uit ‘The Mock Turtle Story’, met name ‘ambition, Distraction, Uglification and Derision.’ Reedijk en Kossmann vertalen die als ‘opzwellen, aftrappen, vermenigschuldigen en stelen’, Matsier als ‘optillen, afbekken, gemenigvuldigen en stelen’, Fischer als ‘goedrekenen, foutrekenen, omrekenen, afrekenen, inrekenen en aanrekenen.’ Waarop de griffioen toevoegt: ‘Je vergeet ‘gemenighuldigen’.

De illustraties van Jeska Verstegen verhogen de aantrekkelijkheid van het boek. Ze zijn opvallend kleurrijk, maar vaak ook dromerig door gedempte kleuren en schimmige effecten die de wonderlijke wereld waarin Alice belandt, extra als een droomwereld in de verf zetten. Alice valt meteen op door haar lange, goudblonde haren, haar minijurk en lange, gestreepte zebrakousen. Knap is ook hoe Verstegen een spel speelt met droom en werkelijkheid, waardoor je je ook als kijker in een soort ‘Verbazië’ bevindt, zoals op de prent met Alice bij de wonderlijke paddenstoel waardoor ze groter of kleiner kan worden. Die paddenstoel lijkt op de grijns van de Lapjeskat, die trouwens in meerdere vormen in het prenten opduikt, onder meer in de wervelende slotprent.

In Fisschers eigentijdse, vlot (voor)leesbare versie kan deze onverwoestbare klassieker opnieuw een hele tijd schitteren. Dat komt niet alleen door die eigentijdse vorm, maar ook door de blijvend actuele kern van het verhaal, die Fischer in haar ‘Nog even nakaarten’ samenbalt in verschillende antwoorden op de vraag waar het verhaal over gaat: over dat de tijd een spelletje met ons speelt, dat je nieuwsgierig moet blijven, ‘dat je de boel van meerdere kanten moet bekijken’, over je eigen vorm vinden en dat je ‘niet op je kop moet laten zitten’. Al mag je ook vinden ‘dat het alleen maar een hoop gekkigheid was.’

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur