Ik geef het maar meteen toe: ik ben een grote fan van Tom Schamp. Ik hou van zijn over het blad krioelende figuurtjes, waar je vanzelf vrolijk van wordt. Van zijn meest recente boek ben ik helemaal weg. Het speelt immers in op een van de belangrijkste functies van kinderboeken, die ik in mijn recente lezing ‘Waarom kinderboeken de wereld kunnen redden (KULAK, 4 mei 2026) extra in het zonnetje zette: de creatieve functie, waardoor boeken onze verbeelding prikkelen, ons stimuleren om de dingen anders te bekijken, om nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Dat proces kan je bij kinderen stimuleren met vragen als ‘Wat als …?’ of formules als ‘Ik zou graag eens een … (dier of voorwerp) willen zijn.’ In dit boek gebeurt dat via de magische formule ‘Stel je voor…’ Die formule is meteen op de cover tastbaar uitnodigend aanwezig. Zowel de titel als talrijke fantastische creaties van Tom Schamp zijn in glanzende hoogdruk op de cover gezet, waardoor ze je ook met je ogen dicht uitnodigen om in het boek op ontdekking te gaan.
De tekst op de beginpagina breekt meteen het ijs: ‘In dit boek is niets onmogelijk. Vliegende paarden, roze olifantenpiano’s, sterrenstelsel-missies. ALLES KAN!’ De goedgevulde zoekplaten op de volgende pagina’s worden telkens ingeleid door een vierregelig, gepaard rijmend versje, uit het Engels vertaald door Bette Westera. Het eerste gedichtje is meteen een uitnodiging: Welkom! Onze alles-ken-en-mag-reis gaat beginnen./ Hoe wil jij ontwaken? Ergens buiten? Ergens binnen.// Op de Eiffeltoren? Ergens in de sneeuw?/ In de achtbaan? Naast een net in slaap gevallen leeuw?’ Als je dan in de tekening duikt, gaat er een fantastische wereld voor je open, die je eindeloos kunt aanvullen met je eigen fantasie. Je kunt er ook wakker worden ‘in geeuwende bergen, in een boekenkastbed, als bos-walvis of op een wolk. De fascinerende combinatie van vaak nieuw verzonnen woorden en de afbeelding daarbij werkt inspirerend.
En zo gaat het boek verder met telkens opnieuw fantastische creaties in woord en beeld rond allerlei thema’s: kledij, ontbijten, schoenen, voertuigen, speeltuigen, huisdieren, instrumenten, spelletjes, spannende activiteiten bij valavond, bijzondere plekken om te slapen en dromen. Telkens gaat de fantasie steeds verder. Stel je voor dat je een enorme stapel pannenkoeken krijgt als ontbijt, of lekkere pizza, drakenthee of heksensoep. Geregeld verzinnen auteur én vertaler nieuwe woorden: regenbooghakschoen, wortelwagen, klimschaap, regenboogzwammen, astrobeer … Het is telkens weer smullen van de bijhorende illustraties. Maar ook in illustraties met ‘gewone’ woorden steken vaak grapjes. Op de ‘wip’ in de speeltuin zit aan de ene kant een olifant en aan de ander een muisje.
Na de themaplaten volgt nog een extra uitgewerkt voorbeeld van ‘ruimdenken’ met de vraag ‘Waar is dit papieren bekertje voor?’ ‘Om uit de drinken, zou je denken.’ ‘Maar wie doordenkt, ontdekt nog veel meer mogelijkheden.’ Van insectenhotel over walkietalkie tot muizenharnas. Dan volgt nog een apotheose, met een pagina vol ‘wonderlijke’ woorden om ruim bij te denken, woorden die je kan terugzoeken in het boek: slaapmuts, fluitenkruid, soktopus, drumstel, hoogslaper …
Stel je voor is wat het belooft: een kijk- en zoekboek waarin je oneindig veel verhalen kan ontdekken en meer nog, zelf bij kan verzinnen. Ik ben ervan overtuigd dat kleine én grote mensen met dit boek betere, want creatievere mensen kunnen worden. En creativiteit is levensnoodzakelijk voor de toekomst van de mensheid.
Jan Van Coillie