Ik kan me inbeelden dat het dé droom van elke illustrator is om ooit een klassiek sprookje te illustreren. Heel wat van de bekendste illustratoren deden dat in elk geval, onder meer Eric Carle, Josef Palacek, Liesbeth Zwerger en bij ons Lidia Postma, Anton Pieck en Thé Tjong Khing. Wat mij betreft mag je Koenraad Tinel in die illustere rij plaatsen.
De tekst van deze vertaling gaat terug op het originele verhaal ui de Kinder- und Hausmärchen KHM 15 van de gebroeders Grimm ui 1812. Onder het kopje ‘Tekstbewerking en eindredactie’ wordt Elisabeth Vandendaele vermeld. Ik veronderstel dat zij verantwoordelijk is voor de Nederlandste vertaling. Dat had wat mij betreft duidelijker vermeld mogen worden. Overigens leest de getrouwe vertaling behoorlijk vlot, al konden enkele passages wel soepeler, zoals de onderbroken zin ‘Hans en Grietje schrokken zo geweldig dat zij, wat zij in hun handen hadden, lieten vallen.’
De nadruk ligt echter duidelijk op tekenaar Koenraad Tinel. Zijn naam staat in hoofdletters op de cover. Hij kreeg voor deze uitgave dan ook alle ruimte. Elke scène uit het sprookje (meestal één tot enkele zinnen) voorziet hij van een illustratie. De luisteraar of kijker kan het verhaal dan ook perfect visueel volgen. In de meeste sprookjesbundels krijgt elk sprookje maar enkele illustraties en ook in sprookjesprentenboeken gaat het totale aantal prenten niet boven de 30. Ik herinner me dat ik als kind vaak een lichte frustratie voelde omdat zoveel scènes niet geïllustreerd werden, wat bij het voorlezen voor lege plekken zorgde.
Niets daarvan in dit boek. Je kan het verhaal helemaal voor je zien, en dat in indrukwekkende illustraties die zowel de gruwel als de charme van het sprookje tot hun recht laten komen. Bij het begin word je meteen betoverd door de gezichten van Hans en Grietje, hun vader en stiefmoeder, allemaal in zwart en wit. Tussendoor zorgen afbeeldingen in kleur van hun huis of van de ovalen lijsten rond de portretten voor afwisseling. Later worden ook de koeken van het peperkoeken huisje van de heks in kleur afgebeeld. De zwarte en grijze tinten primeren echter, waardoor de beangstigende sfeer in het bos krachtig wordt opgeroepen. Ook de heks krijg je vooral in zwart-wit te zien, maar de close-up van haar gezicht is precies door de groene wangen, de rode ogen en de witte, scherpe hoektanden onvergetelijk.
Het sprookje heeft door de jaren heen nogal wat kritiek gekregen, onder meer door pedagogen omwille van de harde kant van het verhaal (de kinderen worden tot tweemaal toe door hun ouders in het bos achtergelaten en de boze heks wil hen oppeuzelen). Kritiek kwam er ook op de typering van het ‘zwakke’ meisje Grietje. Die kritiek wordt in deze versie in elk geval op het einde ontkracht: ‘Maar Grietje, die heel slim was, begreep wat ze [de heks] van plan was en zei …’ Ze duwt dan ook de heks in de oven en redt zo haar broer. Onvergetelijk is hier de prent met de spartelende benen van de heks die uit de oven steken.
Achter in het boek vind je een QR-code waarmee je en hoorspel kunt beluisteren waarin Koenraad Tinel het sprookje voorleest. Op die manier wordt nog een auditieve dimensie toegevoegd aan deze indrukwekkende sprookjesuitgave met een unieke combinatie van onvergankelijke woorden en onvergetelijke beelden.
Jan Van Coillie