19 nieuwe gedichten van evenveel dichters die een al even bont gezelschap vormen als de honden op de tekeningen van John Bond. Er zijn bekende dichters voor kinderen bij als Bette Westera, Edward van de Vendel en Joke van Leeuwen. Maar ook nieuwe namen in de kinderpoëzie als Maud Vanhauwaert, Anne Provoost of Ingmar Heytze.
Het is een sterke verzameling, met gedichten over echte en verzonnen, gedroomde en gewenste honden. Variatie steekt er ook in de gekozen perspectieven, met verzen geschreven uit het standpunt van een kind, maar ook uit dat van een hond en zelfs vanuit de hondenmand.
Het valt op dat de meeste gedichten rijmen, en dat er veel met taal gespeeld wordt, wat verrassende gedichten oplevert, zoals het klank- en fantasierijke ‘puptukdroom’ van Mary Heylema, dat als volgt begint: ‘dwaas draai je rond je as/ staart om de kont gekruld/ zuchtzak je in je mand/ snuit onder poot/ harig bolletje hond.’ Verrassend is ook ‘Begrip’ van Joke van Leeuwen: ‘Mens, mag ik even met je spreken?/ Even vertrouwelijk, zo tussen mens en hond.?’ Meeslepend is ‘Over aaien’ van Edward van de Vendel, dat door de goed gekozen enjambementen over je heen golft. Teder en fascinerend tegelijk is ‘Hondje slaapt’ van Bibi Dumon Tak: ‘Hondje wilde daarna/ nog wat takken temmen/ de zon laten verdwijnen in zijn vacht.’ En hoe mooi verwoordt ‘Honing’ van Ludwig Volbeda niet het uitkijken naar het baasje vanuit het standpunt van de hond. Het gedicht begint met ‘Op de deurmat zit een vraagteken’ en eindigt met ‘Op de deurmat staat een uitroepteken./ Ze heet Honing en roept/ in het kwispels, de mooiste taal die je kent,/ wat fijn dat je eindelijk/ weer bij me bent!’
De kleurrijke illustraties van John Bond (rijmt toevallig op hond?) geven knap de sfeer van elk gedacht weer. Bij het gedicht van Maud Vanhauwaert over het kind dat een hondje wil ‘om mee te dollen’ zie je een hond spelen met een wc-rol. Dromerig is de hond als sterrenbeeld bij ‘In mijn hoofd’ van Rian Visser. Wat mij betreft de sympathiekste hond is die bij ‘Verjaardagswensje’ van Anne Provoost. De blik van dat dier vergeet je niet licht. Maar zo kan iedereen zonder twijfel zijn of haar lievelingshond in dit boek vinden.
Jan Van Coillie