Het gaat niet zo goed met Josh. Er is recent heel wat in zijn leven veranderd: Corona is nog volop aanwezig, hij is in deze periode zijn oma verloren en zijn ouders zijn uit elkaar. Door al deze veranderingen voelt hij zich wat stuurloos. Hij is – om het met een echt modewoord te zeggen – ‘zoekende’. Zoekende in een wereld met oneindig veel opties en keuzes. Voor Josh primeert een belangrijke gedachte: hij wil iets doen of worden waar de wereld iets aan heeft: ‘en wat moet ik dán?! Hoe kan ik iets nuttigs doen als ik geen diploma’s heb?’ (190)
In zijn zoektocht verliest hij langzamerhand de grip op zijn eigen leven. Het begint met een verlies van interesse (tekenen) en het zicht op een doel (in zijn leven). Hij weet niet goed wat hij met zijn leven wil en heeft zich gewoon zomaar ergens met een vriend ingeschreven in een opleiding die hem niet bijster interesseert: ‘Ik heb geen enkele drive voor wat dan ook op dit moment!’ (198) Terwijl de wereld (verplicht) vertraagt, draait zijn hoofd overuren. Die gedachten springen soms typografisch letterlijk van de pagina af en gaan over de meest uiteenlopende onderwerpen zoals de status van zijn relatie met Lindsey, de moord op Peter R. de Vries, wat hij zou vinden van een relatie tussen zijn beste vriend en zijn voormalige beste vriendin, het ontdekken van Stromae (en de paniek wanneer ook die blijkt te worden getroffen door mentale problemen) en het binnenvallen van Oekraïne door Rusland. De overvloed aan tijd als gevolg van de lockdowns, werkt op Josh eerder verlammend. Zelf noemt hij het ‘chronisch onderspannen’. (114)
Maar dan belt zijn vroegere beste vriendin die een paar jaar geleden uit zijn leven verdween na een huwelijk en verhuis naar Irak. Ze meldt dat ze voor langere tijd terugkeert naar Nederland. Daar is Josh wel blij om, maar dat ze ook haar zoontje van anderhalf meebrengt, daar is Josh niet zo happig op. Hij heeft niks met kinderen. Maar wonder boven wonder zijn het net Zivan en vooral haar zoontje Alan die de lethargie waar Josh in zit, weten te doorbreken. Alan (en zijn kip) dwingen hem te focussen op het hier en nu, op het kleine, alledaagse:
‘het is een mooie lentedag
Alan zit bij mij op schoot in slaap te vallen
zijn handje op mijn arm
De hele wereld is verrot
Maar ik zit hier in de zon met dat kindje’ (238)
Het boek speelt zich af in en na de coronaperiode. Dat de regelmaat uit de maatschappij verdwenen is, zie je weerspiegeld in het feit dat het begin van het boek absoluut geen lineair verteld verhaal is. Het is eerder een verzameling van losse gedachten en conversaties. Voor wie de voorgaande boeken over Josh en zijn vrienden niet heeft gelezen en die achtergrond dus mist, is het wel even zoeken. Ik vermoed dat dit dan ook geen toeval is en dat het de bedoeling was om dit gevoel bij de lezer die dit boek afzonderlijk leest op te roepen.
De zoektocht van Josh en de struikelblokken die hij daarbij ondervindt, zullen voor heel veel jongeren herkenbaar zijn. Hun leefwereld wordt heel treffend weergegeven, met alle twijfels en onzekerheden die daarbij horen. Het gaat dan ook over allerhande onderwerpen en meningen, meestal ook kriskras door elkaar, zoals het er ook vaak in ons hoofd aan toe gaat.
Ik vond het alvast jammer om Josh, Zivan en Alan daar in de tuin achter te laten, en ben zeer benieuwd hoe het hen verder zou vergaan. Helaas zal ik wat dat betreft blijkbaar op mijn honger blijven zitten, want dit is het derde en laatste deel. Voor wie zich nog meer in zijn leefwereld wil verdiepen, zijn er gelukkig de twee vorige delen.
Barbara Artoos