Het is lente. Grote egel en kleine egel ontwaken uit hun winterslaap. Tijd dus om hun vrienden terug op te zoeken en vooral om heel veel te spelen. Kleine egel kan er maar niet genoeg van krijgen. Telkens weer hoor je hem roepen: “Nog een keer! Nog een keer!”
Dit prentenboek is het vierde deel in de reeks ‘De grote egel en de kleine egel’. Wat vanaf de eerste bladzijde charmeert, is het enthousiasme van kleine egel. Na zijn winterslaap ontdekt hij weer de vreugde van de vriendschap en het samen spelen. Hij sleept de (voor)lezer en toehoorder mee in zijn enthousiasme. De tekst is een aaneenrijging van dialoogjes tussen de egels en de andere dieren. De verteller die de gesprekjes aan elkaar praat, gebruikt de verleden tijd en dat vind ik een beetje jammer. De tegenwoordige tijd zou het verhaal nog dynamischer maken.
De tekeningen verbeelden de prille lente in tere, frisse kleuren. Op de paginagrote illustraties komt de hele lentefauna en –flora tot leven. De egels nemen steeds een prominente plaats in.
De herhaling van de woorden ‘nog een keer’ zal bij de jonge toehoorders zeker bekend in de oren klinken. Is dit immers niet het zinnetje dat zij ook telkens gebruiken bij een leuk spelletje of een favoriet verhaaltje? Dit prentenboek maakt een goede kans om zo’n favoriet verhaal te worden.
Lut Vanderaspoilden