Reinier

Onze recensie

Eigenlijk al vanop de voorpagina overvalt je een gevoel van zwaarte en verdriet. Je kijkt naar de rug van een kind op een schommel, hoofd naar beneden, schouders ingezakt. Je vraagt je af wat er aan de hand zou zijn met dat kind. Je slaat het boek open, op zoek naar het verhaal. Witte pagina’s krijg je, die voor twee derde gevuld zijn met zwart-witte schetsen van Harrie Geelen. De prenten stralen verdriet uit en beklijven, maar zetten je verbeelding toch aan het werk. Je moet zelf invullen wat door de vage contouren niet in detail voor jou is voorgetekend.

Zo gaat het ook met de tekst. Je leest en kijkt door de ogen van Niels, de kleine broer van Reinier. Er is iets met Reinier aan de hand, maar wat precies blijft lang onduidelijk. In elk geval verhindert het Reinier ervan z’n kleine broer zoals vroeger te beschermen van de pesters op school, en zorgt het voor een zware sfeer in huis. Je voelt mee met het verdriet in de familie, maar blijft net zo lang als Niels onwetend over de oorzaak ervan. Het maak je deelgenoot van zijn verwarring en zijn vragen.

Net halverwege het boek, tijdens een vakantie aan het strand, vertelt de vader van Niels dat Reinier zich eigenlijk een meisje voelt en vanaf nu Ini heet. Het tweede helft van het boek beleven we de nasleep van dat nieuws ook weer door de ogen van Niels. De vragen en twijfels, het harde contrast van de zwart-witte prenten, het gevoel niet gezien te worden. Antwoorden komen er niet, wel een striemharde maar louterende regenbui, die gepaard gaat met wat misschien ook wel een beetje een deus ex machina lijkt.

Dit boek dwingt aandacht af voor het perspectief van ‘de jonge bijstaander’ in de complexiteit van opgroeiende tieners in huis, specifiek toegepast op de unieke situatie van transgender-tieners. Door ons het verhaal van Reinier die Ini wordt aan te bieden door de ogen van Niels, zien we wat Niels nodig heeft. Hij wil aandacht voor de pestsituatie bij hem op school. Die is hard en vraagt veel van hem, ook al lijkt zijn situatie zoveel minder Groots. Hij zit met gewrongen emoties en allerlei vragen over de situatie met Reinier die Ini wordt, waar geen antwoord op komt. Die vervlochten emoties worden eerlijk en integer tot bij de lezer gebracht, maar misschien wel met te weinig handvaten. Het uitgesproken Niels-perspectief biedt weinig houvast voor wie voor- of meeleest met kleine kinderen. Je krijgt weinig hulp om hen te gaan begeleiden in de vragen die bij hen – net als bij Niels – vanzelfsprekend opduiken. Zo riskeer je aan het einde van dit boek vooral achter te blijven met een zwaar gemoed, een hoofd vol vragen en weinig richting om daarmee aan de slag te gaan. Waar dergelijke leeservaring je als volwassen lezer uitnodigt tot reflectie, is ze misschien wel erg intens voor de kind-lezers. Maar misschien onderschatten we die kinderen daarin dan weer te veel.

Eline Zenner

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur