Veel kinderliedjes werken aanstekelijk. Denk aan liedjes van K3 of Kapitein Winokio. Jong en oud zingen ze uit volle borst mee. Wil je ze van begin tot eind mee kunnen zingen, dan is het handig de teksten bij de hand te hebben. Daar kan de feestelijke bundel De dikste billen van het hele land bij helpen.
Bijna 200 liedjesteksten staan in dit lijvige boek. Klassiekers waarvan we de auteur niet meer kennen als ‘Ik zag twee beren’, ‘Papegaaitje leef je nog’, ‘Hansje Pansje Kevertje’, ‘Boer wat zeg je van mijn kippen’ of ‘Daar wordt aan de deur geklopt’. Maar ook eigentijdse liedjes als ‘Alle kleuren van de regenboog’ van Studio 100 (gezongen doorK3) of ‘Ik heb zo waanzinnig gedroomd’ van Herman Pieter de Boer en Tony Eyk (gezongen door Kinderen voor kinderen). Ook gedichten die als lied bekend werden ontbreken niet, zoals ‘Dikkertje Dap’ van Annie M.G. Schmidt of ‘Deze vuist op deze vuist’ van Willem Wilmink. Als je die gedichten naast de hedendaagse liedjesteksten legt, dan merk je de zwaktes van deze laatste, met geregeld gezochte rijmen en clichés. Gelukkig vallen die minder op als je de liedjes meezingt, ze worden als het ware overspoeld door de muziek.
De selectie is in elk geval heel divers. Zo staan er ook enkele vertaalde liedjes in de bundel zoals ‘Chu Chu Ua’ uit Argentinië of ‘Jingle Bells’. Er staan ook heel wat liedjes in die ik niet kende. Liedjes als ‘Er stond een eland op een eiland’, ‘Zoek de zeep’, ‘Tjoep, zegt de vlieger’, ‘Winter, bibber bibber’ of ‘Dans met tante Rita’. Geen nood als je de liedjes niet kent, je kunt ze allemaal beluisteren via Spotify: de playlist is te downloaden via een QR-code op p. 230.
De keuze is wel sterk Nederlands gekleurd, Vlaamse varianten van klassieke kinderliedjes zijn niet opgenomen. Daar staat dan weer tegenover dat veel in Nederland populaire liedjes een aanwinst kunnen zijn voor Vlaamse kleuterklassen. Een register op titel maakt dat je de liedjes gemakkelijk kunt terugvinden.
Het boek is bijzonder verzorgd uitgegeven, met stevige band en leeslint. Het oogt ook aantrekkelijk dank zij de kleurrijke illustraties van Annemarie van Haeringen. Als geen ander weet ze olifanten, beren, geiten, giraffen, vlinders en andere dieren neer te zetten. Kijk maar naar de olifant met de dikste billen op de cover of naar de baby-olifant bij de klassieker ‘Daar komt een olifant’. Haar speelse creativiteit krijgt in deze bundel alle ruimte. De beer die een gillende krokodil optilt bij ‘Dierentuin’ is prachtig. Je raakt ook niet licht uitgekeken op de fantasiewezens die ze verzint bij nonsensverzen als ‘Ramsamsam’, ‘Tsjoe tsjoe wa’ of Ozewiezewoze. Haar tekeningen en de rijke selectie maken dat deze bundel een plaats verdient in elke kleuterklas.
Jan Van Coillie