Het ouderschap. Het is al in zoveel woorden beschreven, met zoveel illustraties tot leven gebracht. Het is ontsloten, besproken, geanalyseerd, bekritiseerd. En toch slagen Maud Vanhauwert (tekst) en Astrid Verplancke (illustraties) erin je met hun boek te verrassen en te verstillen. Dat doen ze door de aandacht te vestigen op de rol van ‘handen’ in wat het is een ouder te zijn, een kind van een ouder. Het is een invalshoek die recht naar de essentie gaat.
Die essentie houden ze zowel in tekst als in beeld scherp. Ze voeren je van de eerste keer dat je eigen vingers en teentjes worden geteld, langs je opgroeien, dan via het moment waarop je zelf voor de eerste keer als nieuwe ouders vingers en teentjes telt tot wanneer je als kind je hand beschermend rond die van je ouders legt.
Je ziet doorheen het boek de veelzijdigheid van de handen die je hielpen groot te worden. Er passeren lepelhelikopters, gestrikte veters, schaduwdieren op de muur, stevig omklemde handen aan het zebrapad in de kleuterjaren, uitgetrokken splinters, gebalde vuisten in je tienerjaren, helpende handen bij je eerste verhuis. Je ziet de handen die er zijn wanneer je zelf een ouder wordt. En je ziet plots handen die een beetje beven, kleiner worden. Hulp nodig hebben.
Maud Vanhauwaert heeft ongetwijfeld gewikt en gewogen, gezocht en overdacht, geschrapt tot alleen de kern overblijft. Met geen woord te veel brengt ze de rol van handen in het ouderschap in een fragiel maar trefzeker rijmend vers.
Ze tikken tegen je hoofd
‘doe toch iets aan je haar’
ik zucht:
jij altijd met je commentaar
Astrid Verplancke laat ouders en kinderen samensmelten, brengt gezichten, handen en vingers in dezelfde boog. Via verschillende tinten roze benadrukt ze het belang van huid en tastzin in dit verhaal. Door uit te vergroten en te vervormen brengt ze geborgenheid naar de voorgrond, toont ze hoe we in onze nabijheid versmelten met elkaar.
En zo kun je niet anders dan dit boek na de lectuur in diep gemijmer aan de kant te leggen. Met reflectie over de vormen van ouderschap die je zelf hebt beleefd.
Eline Zenner