Met Trap niet op mijn baard neemt Kristien Dieltiens in twintig verhalen over kleine wezentjes (kabouters, gnomen, alvermannetjes of dwergen) uit diverse culturen je mee van Vlaanderen tot Turkije, van Zweden tot Zwitserland, van Oekraïne tot Mexico en Brazilië.
De ene keer zijn het ettertjes die je liefst niet tegen het lijf loopt, de andere keer brengen ze voorspoed en geluk voor wie zich vrijgevig of behulpzaam toont. Bij elk verhaal hoort er ook een morele boodschap bij.
Het is pagina na pagina genieten. Vanaf het eerste verhaal (Kleine Jules) wordt je nieuwsgierigheid gestimuleerd om de volgende verhalen ook te lezen. Dat komt ook door de vlotte, klankrijke stijl, zoals in volgend fragment uit ‘Stan en de alverman’ (België, Nederland en Duitsland)
‘Tik, tak, tik, klinkt het in dit kamertje.
Tik, tak, tik, doet mijn kleine hamertje.
Er is niemand die me ziet.
Zo hoort het in dit alvermannenlied’
De sprookjes en verhalen zijn heel aangenaam om (voor) te lezen. De allerkleinsten kunnen met gespitste (kabouter)oortjes luisteren, oudere kinderen kunnen ze zelf lezen en volwassenen zullen er eveneens van genieten. Kortom, een boek voor alle generaties. De kleurrijke, grote en kleinere illustraties en mysterieuze tekeningen van Lauren Pletinckx vullen de verhalen perfect aan en maken ze compleet.
In een nawoord geeft Kristien Dieltiens extra uitleg over de verhalen van deze kleine mannetjes. De ene keer zijn het lieftallige kleine wezentjes, de andere keer gevaarlijke. Ook heeft de auteur wel honderden verschillende namen voor hen gevonden. Overal in de wereld bestaan ze, met soms andere kenmerken en naamgevingen. Wel zijn ze meestal klein, en zullen ze goed zijn als de mens ook goed is voor hen. Maar als je hen slecht behandelt, zullen ze je kwellen. Het is duidelijk dat de auteur een grondige research gedaan heeft voor dit mooie sprookjesboek.
Christiane Haesendonck
Leuke weetjes
Kristien Dieltiens schrijft reeds kinder-en jeugdboeken sinds 1997 en won onder meer de Woutertje Pieterse Prijs.