11 november is het feest van Sint-Maarten. Dat vieren kinderen. Ze lopen langs de huizen met lampionnetjes en ze zingen aan de deur. Dan krijgen ze snoepgoed of een klein presentje. Tessel leert op school over Sint-Maarten. Ze heeft net als Sint-Maarten een mooie nieuwe rode jas. s’ Avonds mag ze met haar vriendjes zingen in het dorp. Maar Tessel wil ook verder op de dijk gaan zingen bij het huisje van Meneer Bloem. Bij hem komt nooit iemand langs. Meneer Bloem geeft dan wel geen snoepgoed, maar hij is wel lief. Hij brengt de kinderen in zijn bakfiets terug naar huis. Het verhaal van Sint-Maarten zit mooi verwerkt in het prentenboek. De juf vertelt het op school en de nieuwe rode jas biedt Tessel een herkenningspunt. Dat ze spontaan haar snoep deelt met meneer Bloem toont dat ze de boodschap begrepen heeft. In de sfeervolle prenten van Monica Maas spelen licht en donker een belangrijke rol. De warme gloed van de kleurige lampionnen zorgt voor gezelligheid in het dorp. Rita Ghesquiere
Wouter Tulp
Van Holkema & Warendorf
2016