Nachtfietser

Onze recensie

Na het verlies van haar broertje Sebas twee jaar geleden is het gezin van Sammie letterlijk uit elkaar gevallen. Haar mama en zus zijn recent in een ander huis in de stad gaan wonen, en zij is met haar vader en oudoom Obbe op het tulpenbedrijf achtergebleven: “We hebben elkaar alle vier beloofd dat we ons allerbeste beste zouden doen om het samen te redden. We zouden elkaar in de gaten houden en voor elkaar klaarstaan. Moet je nu eens zien. Zij hier en pap en ik in dat veel te grote huis dat nooit gemaakt is voor zijn tweeën.” (10)

Haar vader kan het verlies van Sebas, zijn aandeel daarin en het bijhorende verdriet niet onder ogen zien. Dus zitten al zijn spullen opgeborgen, blijft de deur van zijn kamer stevig dicht, herinnert er in huis niets meer aan haar broertje en wordt er al zeker niet meer over hem gepraat. Het gezin is blijkbaar verder ook wel niet goed in praten, want zegt Sammie: “Oké, we praten nooit ergens over.” (20) of nog “We zijn niet zo van het praten bij ons thuis”. (54) Hierdoor zijn ze uit elkaar gegroeid. Sammie weet het raak te omschrijven: “Ons gezin lijkt wel te vervagen. We horen steeds iets minder bij elkaar en Sebas is langzaam uit mijn leven gegumd.” (36)

Maar helaas komen er bij zo’n traumatische gebeurtenis net heel wat gevoelens kijken, en Sammie voelt ze wel maar kan er bij niemand of nergens mee terecht. Op een nacht gaat ze naar het huis van haar moeder en komt ze daar buurjongen Toon tegen. Ook hij kan niet slapen omwille van een ruzie bij hem thuis tussen zijn ouders en zijn oudere broer Jesse, die uit huis is gezet.

Ze maken zich dus allebei zorgen om een familielid (vader, broer) wat een band tussen hen smeedt. Samen proberen ze wat geld in te zamelen met karweitjes voor boodschappen voor Jesse. Zo maken ze kennis met de groep thuislozen waar hij regelmatig verblijft. Die hebben allemaal hun eigen problemen, maar bieden Sammie het luisterend oor dat ze zo nodig heeft. Ze leren haar ook pannenkoeken bakken voor het geboortedagontbijt van Sebas. Maar als haar vader dat ontbijt mist, en haar mama en zus apart Sebas herdenken, is voor Sammie de maat vol en onderneemt ze actie.

Het is bewonderenswaardig hoe Sammie haar weg zoekt uit de puinhoop die haar leven geworden is. (haar woorden, niet de mijne). Ze vindt uiteindelijk een manier die voor haar werkt: ze zorgt ervoor dat ze haar broer niet kan vergeten, dat ze zich meer met hem verbonden voelt en dat hij weer aanwezig is in huis. Haar acties op dat punt lijken uiteindelijk zelfs haar vader terug wat wakker te schudden.

Sammie leert ook dat je niet iedereen kan helpen, en dat ook niet iedereen geholpen wil worden. Dat verdriet iets is wat iedereen wel kent, en waar iedereen op zijn eigen manier mee omgaat. Die lessen neemt ze mee, en past ze vervolgens toe op haar eigen leven. Hoewel ik ze veel te jong vindt om die last te dragen, ben ik blij om te zien dat naar het eind van het verhaal toe er wat meer zuurstof en ruimte lijkt te komen, in tegenstelling tot het begin van het verhaal dat meer doordrongen is ven een heel drukkende, donkere en eenzame sfeer.

Het verhaal toont op een herkenbare, dagdagelijkse manier de realiteit van rouw, hoe aanwezig die in een leven is en hoe allesomvattend die kan zijn. “En dat was het. Twee seconden maar. Een heel jongensleven weg, en alle andere levens voorgoed veranderd.” (108) Omwille van die hele normale maar tegelijk ook heel aanwezige manier van omgaan met het verlies, lijkt dit boek me ook heel geschikt om hiermee rond rouw te werken. In de klas, of voor een kind dat (recent) een overlijden heeft meegemaakt. Het boek vertelt herkenbare situaties en alle bijhorende emoties. Die emoties zijn heel normaal, zijn heel veel en tegelijkertijd heel verwarrend, maar ze horen er allemaal bij.

Barbara Artoos

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur