Mijn grote boek van 1001 woorden deed me meteen denken aan Mijn eerste Van Dale Voorleeswoordenboek, dé klassieker in het genre. Ook dat boek bevat zo’n 1000 woorden, maar de bedoeling is toch anders. Waar Mijn eerste Van Dale de basiswoordenschat van de Nederlandse taal wil bijbrengen, gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek, is het doel van dit nieuwe boek om ‘spelenderwijs nieuwe woordenschat te ontwikkelen.’
Het gevolg van die keuze is dat de selectie van de woorden soms nogal willekeurig lijkt. Waarom komen bijvoorbeeld bij de stad ‘de krachttraining’ en ‘het springtouw’ aan bod, waarom bij de zee wel het badpak, maar niet de bikini, en waarom woorden als ‘het Vikingschip’ en ‘de rog’? Of waarom bij de slotafdeling sprookjes niet alleen ‘Sneeuwwitje’, maar ook de namen van de zeven dwergen uit de Disney film. Of nog een woord als ‘ophaalbrug. Zo roept elke prent een boel vragen op.
Anderzijds hoef je die vragen niet te stellen. Het is duidelijk de bedoeling op ontdekking te gaan in de prenten vol speelse details en daarbij eventueel ook nieuwe woorden (en dingen uit de keuken, dieren, instrumenten …) te leren kennen, van de croquem-bouché over de ossenpikker tot de maraka. Het boek is opgebouwd volgens thema’s die elk één of een dubbele pagina toebedeeld krijgen: de stad, de keuken, de badkamer, de moestuin, de werf, de basisschool, de speeltuin enz. tot de beroepen, de muziekinstrumenten, de voertuigen en de sprookjes. Goed is dat bij elk woord ook het lidwoord opgenomen is (de of het). Het gaat voornamelijk om substantieven, al komen er ook enkele werkwoorden aan bod (bij de basisschool: springen, glijden, rollen …).
Opvallend is dat de meeste personages op de prenten dieren zijn, al komen er ook mensenkinderen voor. De combinatie zorgt mee voor een speels, zelfs luchtig effect. Neem daarbij de modieuze, zachte kleuren en je krijgt een boek waar jong en oud samen telkens opnieuw met plezier in kunnen bladeren.
Jan Van Coillie