Kat woont met haar moeder en vader in een huis in het centrum van de stad. Ze heeft zich nooit thuis gevoeld bij haar ouders. Ze houdt meer van zwerftochten in de stad en haar zwerfhond Beest: “Als Beest er niet was geweest, had ze zich het eenzaamste kind op aarde gevoeld. Haar vader maakte er geen geheim van dat hij liever een zoon had gehad. Haar moeder had graag een dochter gewild. Een Katharina. Geen wilde Kat, die op haar eentje door de stad zwierf.” (13)
Na het overlijden van Oom Roemer, de broer van haar vader, verhuizen ze naar zijn huis, het Houten Nest aan de rand van de stad. Kat hield van haar excentrieke oom (al hebben ze elkaar maar drie keer of zo gezien) en van zijn huis dat vol staat met zijn schatten en uitvindingen. Eenmaal verhuisd, gaat ze dan ook meteen op zoektocht doorheen zijn huis. Daarbij vindt ze op een gegeven moment een steen, een simpele kiezel, die haar lijkt te roepen: “Daar lag alleen een kiezel. Saai, dacht ze. Geen schitter, geen glim. Toch pakte ze hem op. Hij paste héél precies in haar hand. Alsof iemand hem op maat had gemaakt. “(16) Ze neemt de kiezel mee naar haar kamer en er beginnen rare dingen te gebeuren met de kiezel. Soms lijkt die te bewegen, of warm te worden. Na een tijdje ontdekt Kat een barst in haar kiezel, waaruit op een gegeven moment een klein mannetje breekt, Fonkel genaamd.
In de tuin van Oom Roemers huis maakt Kat dan weer kennis met Roef, een jongen uit de Poel, de minder gegoede rand van de stad, en zijn zus Bel. Roef is een uitvinder en wil voor zijn zus benen maken, aangezien zij zonder benen geboren is. Nu gebruikt ze een karretje om voort te bewegen (ook gemaakt door haar broer). Samen gaat het viertal op zoek naar de mysterieuze man die ze bij het graf van oom Roemer hebben gezien. Hij blijkt ook de man te zijn die de schatten van oom Roemer van haar vader opkoopt. Hij heet Boris, en was de geliefde van oom Roemer. Ze hebben hun relatie vroeger stopgezet omwille van negatieve reacties van de buurt, maar de liefde is duidelijk nog ijzersterk. Via Boris komen ze ook meer te weten over de Kiezelwezens. Dat zijn wezentjes zoals Kats Fonkel. Roemer en Boris hebben ze ontdekt, en willen kinderen helpen met een Kiezel: “Uit onze administratie is gebleken dat je last hebt van een gat en dus in aanmerking komt voor ondersteuning uit onze fabriek. (…) Op een dag zal er een jongetje uit kruipen. Zijn naam is Fonkel. Zorg goed voor hem, want hij zal jouw gat gaan vullen.” (116)
Uit de kiezel van Bel kwam Frats, die haar avontuur moet brengen, en uit die van Kat kwam Fonkel. Maar daarmee zijn nog lang niet alle mysteries opgelost. Wie is Anna, en waarom wordt Kat daarvoor aanzien? En waarom herkent ze zoveel zaken in het Houten Nest als ze er bijna nooit is geweest?
Kat heeft al heel lang het gevoel dat ze niet bij haar ouders past, maar had ergens ook de hoop dat er toch iets hen verbond. Ontdekken dat dat niet zo is en hoe de vork juist aan de steel zit, is heel lastig voor haar, maar maakt ook veel duidelijk. Kiezel is ook een verhaal over ontdekken wie je echt bent, jouw achtergrond en jouw geschiedenis. Over ontdekken dat je niet altijd hoort of past bij de mensen waar de samenleving je bij plaatst. De maatschappij (haar ouders, de notaris) wordt heel negatief voorgesteld: ze houden alleen maar van geld, schijn, en leugens, zoals het testament van oom Roemer. Kat zet zich daartegen af en gaat op zoek naar de waarheid, eerlijkheid en loyaliteit. Het gaat over het vinden van jouw plekje, bij mensen die je waarderen voor wie je bent.
Het is een prachtig sprookjesachtig verhaal waardoor je je echt even moet laten meevoeren. Vergeet logisch na te denken en geniet gewoon van een wereld met schattige kiezelwezens die komen helpen om bij ‘kinderen met een gat’ die gaten op te vullen.
Barbara Artoos