Er was eens een knorrige tijger, die alle andere dieren afstootte. Maar eigenlijk had hij niet zo’n slecht humeur, maar was hij vooral bang. Daarom was hij liever alleen. Dan komt een dag dat hij wakker wordt met drie mensenwelpjes op zijn rug. Tijger begrijpt dat hij voor die mensenkinderen moet zorgen.
De rode draad in dit boek is zorgzaamheid en vriendschap. De kinderen veroveren het hart van de eenzame tijger en hij begrijpt dat hij voor deze kleine wezentjes moet zorgen. Wanneer hij tijdens zijn verblijf in de stad heimwee krijgt naar zijn oerwoud, laten de kinderen hem gaan. Ze weten immers dat ze voor altijd in elkaars hart wonen.
De schijfster / illustratrice laat verhaal en tekeningen mooi samen lopen. Leuk in de tekst vond ik de alliteraties bij het begin: “Hij foeterde op de fladderende parkieten. Hij gromde naar de goedgeluimde apen. Hij humde humeurig naar de happende krokodillen.” Puik werk van de vertaalster en fijn om voor te lezen. De dubbele pagina met brullende kinderen is verrassend. De tijger brult om hen af te schrikken. Je verwacht dat de kinderen nu heel bang zullen zijn, maar ze brullen even luid als de tijger terug. Deze luide brul spat van de pagina’s en is onverwacht.
De kinderen amuseren zich met de tijger. Maar wanneer ze hoog in een boom volop aan het spelen zijn met de vuurvliegjes, zien ze plots hun thuisstad en krijgen ze heimwee. Op dat ogenblik kantelt het verhaal. Tijger begrijpt dat hij de kinderen niet zal kunnen afschudden, maar dat hij zelfs voor hen moet zorgen. Deze overgang is heel duidelijk in de prenten. Plots krijgen we een dubbel blad in een andere richting. Je moet het boek een kwartslag draaien om het blad te kunnen bekijken. Tijger wordt nu dapper, moedig en zorgzaam en is niet meer de humeurige eenzaat van het begin van het verhaal.
Dit liefdevolle en ontroerende verhaal verdient een plekje in menige boekenkast.
Lut Vanderaspoilden