Een wandeling door impressionistisch Parijs met Georges en Jacques

Onze recensie

Het Kunstmuseum Den Haag (het vroegere Gemeentemuseum) geeft sinds geruime tijd bijzonder geslaagde kunstprentenboeken uit ter gelegenheid van grote exposities. Telkens wordt aan een gerenommeerd illustrator gevraagd een prentenboek te maken dat het thema van de tentoonstellingen voor een jong publiek toegankelijk maakt. Voor de expositie Nieuw Parijs: van Monet tot Morisot, die liep in de eerste helft van 2025, werd Charlotte Dematons aangesproken. Dematons kennen we natuurlijk vooral van haar onvolprezen bestsellers Alfabet en De gele ballon. Ze werkte al eerder rond kunst in deze serie. In Holland op z’n mooist verwerkte ze schilderijen van de Haagse School in een panoramisch beeldverhaal. Nu koos ze voor Parijs in het laatste kwart van de negentiende eeuw, de periode waarin de impressionisten hun doorbraak beleefden.

Het prentenboek brengt een eenvoudige raamvertelling waaraan impressionistische meesterwerken worden gekoppeld: Monet, Manet, Renoir, Degas en Pissarro natuurlijk, maar ook de Nederlander Jongkind en de enige beroemde, vrouwelijke impressionist Berthe Morisot. Prominent aanwezig, met meerdere werken, is de lange tijd onderbelicht gebleven Gustave Caillebotte.

Een wandeling door impressionistisch Parijs met Georges en Jacques vertelt het verhaal van Georges, een zwerver die treurt om zijn geliefde Jeanne. Ze is ongeveer twintig jaar eerder gestorven in de Frans-Pruisische oorlog van 1870-1871 of mogelijk tijdens de gewelddadige onderdrukking van de Commune van Parijs door het Franse regeringsleger in de lente van 1871. Wellicht heeft Charlotte Dematons de Commune van Parijs voor ogen als we afgaan op de illustraties van Manet en het feit dat Jacques zegt dat Jeanne bij de “strijders” wilde blijven om hen te helpen., en niet bij de soldaten.

Wanneer Jacques zijn vriend Georges terugvindt, trekt het duo door de Franse hoofdstad. We bevinden ons in het jaar 1888 want “volgend jaar zal de Eiffeltoren te bezichtigen zijn voor de wereldtentoonstelling” De Eiffeltoren is in aanbouw, net als de Sacré-Coeur als herdenkingsmonument van de slachtoffers van de oorlog. Parijs is hersteld van het bijna vijf maanden durende beleg, het bombardement onder aanvoering van Bismarck en het daaropvolgende bloedbad van de Parijse Commune. Het Parijs dus van net voor de Belle Epoque, toen de nog jonge Derde Republiek voor een nieuw elan in Frankrijk zorgde.

De vormgeving van het boek is zorgvuldig uitgekiend. Links staat steeds een korte tekst met dialoogjes tussen Georges en Jacques, daarnaast topwerken van het Franse impressionisme. Onderaan loopt een doorlopende illustratiestrook waarin de illustratrice het verhaal van de twee zwervers visualiseert. Het resultaat is een combinatie van prentenboek en kunstgids die de jonge lezer op een toegankelijke manier laat kennismaken met impressionistische schilderkunst en de historische context.

Omwille van de beperkingen van de serie evenaart deze uitgave niet de schitterende prentenboeken van Dematons. Toch is dit weer een knap staaltje illustratiekunst. De raamvertelling als kapstok is een goede vondst. De schrijfster suggereert het volkse of kameraadschappelijke karakter van de vriendschap tussen Georges en Jacques door hun gesprekken met een onorthodoxe spelling als Amsterdams dialect (?) te doen klinken. Nederlandse lezers begrijpen wellicht de suggestie, in Vlaanderen zal dit wat moeilijker liggen. De informatieve waarde van het boek komt extra tot uiting door de detailkaartjes van Parijs en de overzichtskaarten voor en achter van het Parijs tijdens de regering van Napoleon III en het huidige Parijs. Elke illustratie krijgt achteraan nog een kort commentaar met historische duiding. Dematons, in Nederland wonend maar afkomstig uit Normandië, laat zich als Française kennen door summier interessante anekdotes te vermelden over het Parijs van toen. De stadsvernieuwing van baron Haussmann is achter de rug, de vuilnisbakken van ontwerper Poubelle zorgen voor een betere hygiëne, de roem van fotograaf Nadar is op zijn hoogtepunt. De mensen zoeken vertier in de Chat noir. De nationale feestdag wordt in 1889 naar Quatorze juillet verplaatst om een eeuw Franse revolutie te vieren. Goed dat Charlotte Dematons vermeldt waar ze de oorspronkelijke werken hier en daar wat opgesmukt heeft of nagetekend heeft. Elke dubbelpagina (hier spread genoemd) blijkt ook een zoekplaatje te zijn. Telkens is Georges ergens te ontwaren, en ook een zwarte kat en een ballon. Af en toe een gele ballon, als speelse verwijzing naar eigen werk. Hier en daar een grotere, grijze ballon die geen deel uitmaakt van het oorspronkelijke werk (dat is wel wat verwarrend omdat dit niet geduid wordt in het commentaar.). Alludeert de auteur hier – zonder het in de tekst te vermelden – op de 67 postballonvaarten die tijdens het beleg de levenslijn vormden tussen de omsingelde stad en het Franse hinterland? (Vijf van deze ballons montés kwamen in België terecht, drie in Nederland.) In ieder geval heerste er na de spectaculaire luchtbrug lange tijd een ballongekte die aanhield tot de komst van het vliegtuig.

De alsmaar in aantal toenemende serie van Kunstmuseum Den Haag is weer een fraai deeltje rijker. Voor de Vlaamse lezer is het wellicht goed om te weten dat eerder deeltjes over James Ensor en het Vlaams expressionisme verschenen.

Dirk Tavernier

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur