De kleine vleermuis is anders. Ze durft de donkere nacht niet in. ‘Wie heeft er ooit gehoord van een vleermuis die bang is voor het donker?’ Hij ziet het donker als een enge persoon die vreselijke geluiden maakt. Het OE-HOE blijkt van een lieve uil te zijn die hem met zijn kaarslicht wil helpen om zijn eik terug te vinden. Het geluid KWAAK komt evenmin van de nacht , maar van een kikker die ook mee gaat. Onderweg naar de eik ontmoeten ze nog allerlei nachtdieren die hen ook vergezellen. In zijn eik organiseert de kleine vleermuis uit dank een feestje weer ze allemaal samen oehoe-en als een uil en kwaken als een kikker. En de uil leert de kleine vleermuis de kracht van de sterren zien als lichtjes in het donker. Samen vliegen ze de donkere nacht in vol sterren en maanlicht.
Op de illustraties vallen allereerst de vele tinten blauw van de nacht op, afgewisseld door zwart en geelbruin bij de lichtere, warmere momenten. Verder vallen de grappig vertekende vormen op: zo heeft de vleermuis een veel te groot hoofd en de uil een lijf als een boomstronk. Ten slotte ben je als kijker meteen gefascineerd door de grote, gele ogen van de dieren, met kleine, zwarte pupillen. Onvergetelijk is de slotprent met de uil en de vleermuis die voor de maan vliegen.
Jan Van Coillie