Over de giraf die een hondje wilde zijn

Onze recensie

Dat Stefan Boonen het experiment niet schuwt, bewijst hij nog maar eens met Over de giraf die een hondje wil zijn. Niet alleen de titel fascineert, op  de cover en de titelpagina  is de naam van de illustrator gebarreerd, maar prijkt wel als vormgever Dries  Desseyn. Hoe dat zit, kom je meteen te weten als je het boek openslaat: ‘HELAAS (Dat is zoiets als jammer) DE TEKENAAR IS ER NIET. Aan de deur van zijn kasteel hangt een bordje: ‘Ik ben op reis.’ En inderdaad, de gebruikelijke tekeningen ontbreken. In de plaats krijg je een spel met lettertypes, -groottes en kleuren en met lijnen en vormen (vooral balken, cirkels en diagonalen die ruimtes en personages moeten voorstellen of oproepen). In combinatie met de tekst prikkelt dat lijnenspel op een wonderlijke manier de verbeelding. Het kasteel van de illustrator is niet te zien, alleen een rechthoek met diagonalen en de tekst: ‘Hier staat dus geen tekening van een kasteel. Spijtig. Want het kasteel heeft een tuin, er is een vijver bij en er zitten vogel op het dak.’

Als je blijft kijken zie je ruimtes, voorwerpen en personages verschijnen in de abstracte figuren. Eerst de hoofdpersonages, de giraf Bert (die dus een hondje wil zijn) en het meisje dat hem als hondje adopteert en hem helpt om zich als hondje te gedragen. En verder een kat, een jongen met fiets, een vrouw met hoed, een vijver, de zon, een agent, een boef enz. Af en toe verschijnt er ook wat kleur: een roze pak, een rood hemd, een geel T-shirt … Rode pijtjes geven bewegingen aan en ook geluiden duiken in het rood op: miauw, wauw, auw, Mmmm …

Het geheel tovert beslist een glimlach op je gezicht. Niet alleen de pogingen van de giraf om zich hond te voelen werken op de lachspieren, maar ook het spel van tekst en figuren, bijvoorbeeld wanneer de giraf ‘moet’; ‘Maar goed dat de tekenaar er niet is, denkt ze, want het zou een vieze tekening zijn’. Een extraatje vormt de woordverrijking tussen haakjes bij minder courante of abstracte woorden, zoals ‘helaas’ hierboven of bij woorden als ‘merkwaardig’, ‘plotsklaps’, ‘fronst’ of ‘opmerkelijk’.

Het verhaal zelf is associatief, ja zelfs springerig opgebouwd, zodat je van een jongen naar een krokodil, een boef en een agent huppelt. Dat heeft het voordeel van de verrassing en lichtvoetigheid, maar het nadeel dat je niet echt in de ban komt van een spannende verhaallijn. Die lijn had sterker uitgewerkt mogen worden. Dat zou dit hoogs originele boek ten goede gekomen zijn.

Het boek eindigt met een opmerkelijke overzichtsplaat. Wat dai hier wil zeggen, moet je zelf ontdekken. Wat goed dat dergelijke verrassende, vernieuwende prentenboeken mogen bestaan. Stefan Boonen en Dries Desseyn geven je op een ludieke, verfrissende manier een andere kijk op de dingen.

Jan Van Coillie

 

 

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur