Je moet het maar durven: een hele bundel voor kinderen schrijven over verliefdheid. Het risico is groot dat het klef wordt. Niet zo bij Edward van de Vendel. Zijn benadering is in elk gedicht weer verrassend, origineel en lichtvoetig.
Het openings- en titelgedicht speelt met de belofte voor altijd van de ander te zullen houden, ondanks alles (ook verkoudheden). ‘Wedstrijd’ beschrijft ludiek en relativerend het verloop van een verliefdheid, van blozen over vlinders kweken en ziek zijn van verlangen tot mislukking. ‘Vooruit’ gaat over het eindelijk aan durven maken en ‘Nooit’ over ‘het’ niet durven zeggen. Zo belicht de dichter in elk gedicht het bijzondere gevoel van een andere kant: dagdromen over liefde voor altijd, over jaloezie, daten en het uit en weer aan maken, cadeautjes voor je geliefde, de vraag of opa en oma nog verliefd op mekaar zijn (met ook hier een verrassend antwoord), over ‘cool’ willen blijven als je liefje bij je thuis komt, over het verlangen om gezien en omarmd te worden door de ander en over het besef door de liefde weg te groeien van je ouders.
Telkens weer belicht Van de Vendel het gevoel vanuit een verrassende hoek, waardoor je er anders naar kunt gaan kijken. En meestal is de kijk luchtig en relativerend. Daarbij kiest hij voor een parlando stijl, waarbij in elk gedicht een andere verteller heel direct zijn gedachten en gevoelens op de lezer loslaat gericht tot de geliefde. Het lijkt ‘gebabbel’, maar rijm, klank en ritme zorgen voor een samenhang die je meesleept over de regels. Ik neem het openingsgedicht als voorbeeld. Het lijkt wel een versje om te rappen:
Ook als ik verkouden ben hou ik van jou.
Als je de hik hebt,
als je een tic hebt,
van dat je steeds moet knippen met
je vingers zo van knipknipknipknip,
Grappige neologismen (belippenstifte kussen) en onverwachte rijmcombinaties maken het geheel licht en luchtig:
Liefje,
jij bent een Cadeau
(met een hoofdletter graag)
en elk krasje op de verpakkingslaag
maakt het wonder eronder nog krachtiger.
Ik vind ons samen prachtiger wanneer we proesten,
dus: zullen we nog honderdduizend dagen samen hoesten.
Of verder, in typische parlando stijl, met stopwoordjes: ‘En dat brengt me bij – waar was ik ook alweer/ O ja: ooit kniel ik voor je neer,’ met vervolgens een ver uit mekaar staand rijm en klankspel met ‘hou’ en ‘trouw’: ‘en dan zeg ik schor en hees en rauw: ‘Ook als je verkouden bent trouw ik met jou.’’
Nog een voorbeeld van verrassend (binnen)rijm uit ‘Cadeau’, over wat de ik aan de geliefde allemaal wil geven, onder meer ‘en op je tachtigste onze prachtigste herinneringen’ en als slot: ‘En jij?/ Wat geef jij aan mij?/ Het liefst iets anders dan wat ik tot nu toe/ van je mocht krijgen/ je zwijgen.’ Telkens weer word je verrast door originele combinaties of beeldspraak: ‘Ik doe aan verliefdheidssport’; ‘Is er altijd een rugkant/ als je van iemand houdt?’; ‘Al mijn woorden,/ al mijn zinnen,/ zijn als huisdiertjes die vanbinnen…’; ‘Ik denk dat onze voordeur/ verliefd op jou is.’; ‘Verliefdheid kun je vergelijken, misschien,/ met een huisdier’ (dat je ouders niet kunnen zien).
De illustraties van Marije Tolman versterken de luchtige aanpak. Alle geliefden beeldt ze af als dieren. Soms worden die genoemd in het gedicht, zoals de schildpadden, de vlagkolibri en de leeuw. Soms is er enkel een suggestie, zoals bij de datende papegaaien. En soms is er geen directe link, zodat de illustraties het verrassende en grappige effect nog verhogen, zoals op de prenten met de bok en de berggeit, de otters of de dansende nijlpaarden.
Ook als ik verkouden ben hou ik van jou is opnieuw een verassende, originele dichtbundel van een van onze grootste dichters voor kinderen. En o ja, dat halve gedicht op het eind kondigt de volgende bundel aan, die zal gaan over opa’s en oma’s die ‘de beste’ zijn.
Jan Van Coillie