‘Meer dan 300 miljoen boeken verkocht’, zo prijkt op de cover. Daarmee is Het leven van een loser een van de populairste kinderboekenseries ooit (de Harry Potter serie haalt 400 miljoen). Wat verklaart het succes?
Er is op de eerste plaats het hoofdpersonage. Het type van de loser blijkt heel veel jonge lezers aan te spreken. Wellicht door de mix van herkenning (met enige zelfspot) en leedvermaak (het gevoel zelf beter te weten of te kunnen dan die onhandige sukkel en pechvogel). Zo zal de lezer zich ongetwijfeld slimmer voelen dan Bram, die gelooft dat zijn poppen tot leven kunnen komen zoals in films of dat hij met een tros ballonnen de lucht in kan gaan. Dat gevoel van leedvermaak wordt nog versterkt door de humor die zo goed als elke pagina kleurt. Humor die in wezen volgt uit een superioriteitsgevoel dat hoort bij leedvermaak, en hier gekruid wordt door allerlei humoristische technieken in woord en beeld, van contrastwerking (bijv. tussen de schriele Bram en zijn favoriete actiefiguur Kolosso-man) tot overdrijving (bijv. wanneer zijn moeder als alternatief voor Kolosso-man zoveel ‘gewone gasten’ koopt dat Brams slaapkamer naar een kleedkamer begint te ruiken en hij elke week een paar bussen luchtverfrisser nodig heeft om het probleem de baas te blijven.)
Zonder twijfel worden veel lezers ook meegesleept door het razende tempo in het boek. Het leven van een loser leest als een roller coaster door de snelle afwisseling van tekst en illustraties, die in de meeste gevallen mee het verhaal vertellen en in de tekstballonnen extra grapjes bevatten, waardoor je ogen van tekst naar beeld flitsen. Al even flitsend is Brams gedachtestroom, die voortdurend van hot naar her springt.
En dan is er nog de manier waarop Jeff Kinney zijn schrijfvingers aan de pols van de tijd houdt. In dit deel speelt hij handig in op de rages waarbij kinderen (en volwassenen) als gek kaarten verzamelen, in de hoop die unieke exemplaren in hun bezit te krijgen die heel veel geld waard zijn of het succes van speelgoedwinkels waar je je eigen knuffelbeer kunt maken.
De plot is zoals in elk deel eigenlijk heel simpel. Brams ouders blijken zijn verjaardag te zijn vergeten. Een verjaardag waar hij heel erg naar uitkeek en al wilde fantasieën rond uitwerkte. Om het goed te maken, organiseert Brams moeder een ‘inhaalfeest’, dat Bram meteen beschouwt als de kans om zijn grote wens in vervulling te laten gaan: zoveel geld verzamelen dat hij heel veel microschepselkaarten kan kopen, wat de kans vergroot om een uniek exemplaar op de kop te tikken. Natuurlijk loopt alles anders dan gedacht en ontaardt het feest in een grote chaos. Intussen blijkt ook de unieke kaart niets meer waard te zijn. Maar de stuntelende Bram wordt wel razend populair als organisator van memorabele feestjes. Kwestie van de lezer op het eind nog een extra goed gevoel te geven.
Niet de plot op zichzelf, maar wel de flitsende vertelstijl, de onophoudelijke stroom grappige in- en voorvallen en het gestuntel van de hoofdfiguur zullen veel jonge lezers ook in dit boek op sleeptouw nemen. Enkele citaten mogen verduidelijken hoe Bram getypeerd wordt, waarbij Kinney zich solidair opstelt met kinderen (vaak tegen volwassenen): ‘Als je klein bent, moet je van elke verjaardag volop genieten. Want voor je het weet ben je volwassen en is het feest voorbij’ (p. 7); ‘En met mijn pech denk ik op een dag dat een dier een verkleed mens is en is dat dan NIET zo. (op de volgende prent zegt Bram oog in oog met een beer: ‘Oké, heel grappig! Wie heeft jou gestuurd?’)
Ik heb zelf kunnen meemaken hoe een negenjarige jongen het boek in één ruk uitlas en de hele tijd zat te gniffelen. Al houden dergelijke, vlot weg lezende series het risico in dat ze andere, meer uitdagende boeken uit de markt concurreren, toch zijn ze belangrijk om ook kinderen die niet zo graag lezen, aan het lezen te krijgen. Het is aan de volwassenen om hen ook ander leesvoer aan te bieden met meer diepgang.
Jan Van Coillie