Doe het auteur Evelien De Vlieger en illustrator Wendy Panders maar na: 152 bladzijden vullen over het ogenschijnlijk meest mondaine stuk fruit dat er in je fruitschaal ligt. En je nog weten te boeien ook!
In vijftien hoofdstukken nemen ze je mee in de wondere wereld van de appel. Ze overtuigen je moeiteloos van de veelzijdigheid ervan. Dat doen ze door hem vanuit allerlei invalshoeken te belichten: Adam en Eva passeren de revue, je komt de twistappel van de Grieken tegen, Willem Tell die raak schiet, Newton en de zwaartekracht, die ene vergiftigde appel in dat sprookje met die zeven dwergen en nog een boel andere. De appel wordt zo een rode draad in een boek over geschiedenis, cultuur, wetenschap, religie, taalkunde en literatuur.
Elk van de hoofdstukken start met een verhaal, licht daar dan enkele kernboodschappen uit en biedt je dan via een vraag-antwoordstructuur allerlei weetjes over appels aan. Hoe komt het dat we het hele jaar door appels kunnen eten? Hoelang bestaat het woord ‘appel’ al? Heeft de boom er last van als je zijn appels plukt? Her en der wordt afgeweken van deze basisstructuur om nog meer op de vrucht te verlekkeren: receptjes, een fikse infographic, een overzicht van appels in de kunst.
De vertelstijl is licht genoeg, maar onderschat de lezers (of luisteraars) tegelijk niet. De illustraties ondersteunen het verhaal en zijn écht op maat van de inhoud. Er is duidelijk per onderdeel nagedacht over de beste manier om de boodschap bij de ontvanger te brengen. Bij Adam en Eva krijg je een met tekstballonnetjes vormgegeven dialoog, bij de verspreiding van de appel over de wereld zie je een gestileerde wereldkaart en in de pagina met taalkundige weetjes herken je een woordenboek.
Ik eet écht niet elke dag een appel – verre van, eerlijk gezegd. Dit boek doet zelfs mij zin krijgen om dat toch te gaan doen.
Eline Zenner