Er verschijnen gelukkig nog van die hoogst originele boeken. Bibi Dumon Tak en Annemarie van Haeringen verrasten al met Vandaag houd ik mijn spreekbeurt over de anaconda. Wij komen in vrede is zo mogelijk nog origineler.
Hoofdpersonage is een minuscuul krilldiertje. Op de jaarlijkse vergadering van de krill vraagt het apart aandacht voor een eigen agendapunt, een nooit geziene gebeurtenis, want de krill doen normaal gezien alles samen op dezelfde manier. Het punt dat het eigenzinnige krilldiertje op de agenda plaatste luidt: ‘Waarom worden wij door iedereen gegeten, terwijl we zelf niemand kwaad doen.’ Zijn pleidooi voor eigenheid als individu én voor solidariteit zet van alles in beweging. Het krilldiertje, dat zichzelf een naam geeft, ‘Krilljoen’, neemt het oudste krilldiertje op sleeptouw om de vraag te gaan voorleggen aan de andere dieren van de zee, in de hoop ‘eerlijker’ behandeld te worden. Ze gaan in gesprek met haringen, inktvissen en andere dieren, tot de blauwe vinvis. En ze brengen inderdaad een soort vreedzame revolutie op gang. In een finale vergadering worden ook de dieren op het land en in de lucht erbij betrokken.
Tijdens hun tocht vinden Krilljoen en Krilljard het antwoord op de beginvraag: ‘dat de ene soort de andere nodig heeft om te kunnen overleven’. Daardoor krijgen ook de lezers een belangrijke levensles: En ‘Je neemt wat je nodig hebt. Maar nooit te veel. Dat is het hele idee. En dan hou je evenwicht. Balans. Er gaat niets verloren. De zee blijft gezond. En als de zee gezond blijft, blijft de wereld boven water dat ook.’ Tegelijk merkt Krilljoen op dat de puzzel nog niet is opgelost.’ Eén soort houdt zich immers niet aan de regels: de mens. Veel aanwezige dieren willen de mens vernietigen, maar de krill merken op dat dat niet hun stijl is. In het spoor van hun vreedzame missie besluiten ze de kinderen aan te spreken: zij kunnen immers wel samenwerken zoals vissen, ‘omdat ze bij een school horen’. Het is aan de kinderen om de boodschap door te geven aan de volwassenen. Het is een toekomstvisie die in wel meer kinderboeken meegegeven wordt.
Wat meteen opvalt is dat het hele verhaal in dialoogvorm geschreven is, als een soort toneelstuk, meer bepaald een klassiek drama, met een belangrijke rol voor het koor, hier een krillkoor. Dat koor valt ook door de vormgeving op: De woorden die het koor zegt/zingt worden altijd herhaald, soms tientallen keer na mekaar. Opmerkelijk is dat de vormgeefster op de titelpagina onder auteur en illustrator vermeld wordt.
Als het boek bij jonge lezers zal aanslaan, dan komt dat wellicht vooral door de bijzondere humor. Die steekt niet alleen in de bizarre situaties, maar zeker ook in de taal, vol woordspelingen. De opvallendste heeft te maken met de titel. Krilljoen benadrukt dat de missie vreedzaam moet verlopen: We come in peace, een uitspraak die door het koor talloze keren wordt overgenomen als ‘Wie kom in pies’. Bij de pijlinktvissen (afgekort als pi’s) zorgt dat voor een extra woordspeling: ‘pis’ in pies’. Sommige woordspelingen worden door het koor extra in de verf gezet door gelach, zoals het ‘Auf wieder zeeën’ van de clownsvissen.’ Hahahaha! (101 keer met voor de aandachtige lezer 1 keer hihihihi!).
Humor steekt ook in de soms (schijnbaar) absurde reacties, zoals volgend antwoord van de zeehonden op de kritiek dat ze discrimineren omdat ze de weerloze krill eten: ‘Maar wij discrimineren toch niet? Wij eten jullie met respect.’ Of volgend vraag-en-antwoordspel tussen Krilljoen en Krilljard: ‘Ga jij nu ook op zijn harings praten, Krilljard?’/ ‘Ja, maar dan zonder scheten.’/ ‘Hahaha’ (10 X). Naast grappig is de taal vaak klankrijk, zoals in de opsomming van bijzondere vissensoorten als de kobold- en franjehaai, clownsvissen, poetsvissen en voshaaien. Hier zit ook een informatief kantje aan: lezers leren nieuwe namen van bijzondere diersoorten. Ook elders verwerkt Bibi Dumon tak informatie, bijvoorbeeld over de noordse stern of de anadromen, dieren die van zout naar zoet water trekken om jongen te krijgen.
Dit op het eerste gezicht absurde, maar bij nader inzien levensbelangrijke verhaal wordt meesterlijk geïllustreerd door Annemarie van Haeringen. Niemand kan zoals zij de minuscule krilldiertjes uitvergroten, een zwierige ijsbeer neerzetten of de zee-, land- en luchtdieren met hun witte vlaggetjes over het groene blad doen bewegen. Jawel, je ziet dat ze in vrede komen en denkt erbij; ‘wie kom in pies’.
Jan Van Coillie