Een spookje wil alles wat er op de wereld te krijgen valt: knuffels, cadeautjes, boeken, ballonnen, een vlieger en nog veel meer. Haar kleinere vriendje tracht haar met de voeten op de grond te krijgen. Wil ze de hik, of een grote hongerige leeuw of een berg papperige erwten of een sjaal die heel erg kriebelt? Nee, dat wil ze natuurlijk niet. Langzaam maar zeker komt het besef dat een vriend eigenlijk het allerbelangrijkste is.
Voor kinderen in onze huidige wegwerpmaatschappij is dit heel herkenbaar. Er is immers altijd zo veel dat je kan vragen voor je verjaardag of voor Kerstmis of voor …. Maar is het verzamelen van veel spullen wel het belangrijkste in het leven? Is verbondenheid en vriendschap niet oneindig veel belangrijker?
De auteur / illustratrice heeft een geslaagd prentenboek afgeleverd. Elke dubbele pagina heeft zijn eigen felle basiskleur. De twee spookjes staan telkens centraal en prominent op de pagina. De tekst is sober gehouden en komt in tekstballonnetjes. Het verhaal is immers een gesprek tussen de twee vrienden. Verhaal en tekening zijn soms potsierlijk en grappig. Zo vraagt het kleine spookje of zijn vriendje een levende octopus als hoed wil. Op de volgende pagina is dit dan plastisch uitgebeeld. Leuk is ook dat de hoofdpersonages spookjes zijn. Ze hebben dus geen huidskleur of geslacht en zijn daardoor voor elke kleuter herkenbaar.
Ik las het boek voor aan een klas vijfjarigen en ze vonden de tekeningen vaak lollig. Ze begrepen ook de boodschap die er in het verhaal schuil ging. Het gaat er niet om hoeveel spullen een vriendje heeft of aan jou geeft, de warmte van een vriendschap is veel belangrijker.
Lut Vanderaspoilden