Dit is een gewoon, rustig voortkabbelend verhaal over de vakantiedagen die twee kinderen doorbrengen in hun dorp. Er komen geen misdadigers in voor, noch buitenaardse wezens. Er gebeuren geen buitengewone of erg spannende dingen. Maar net dat maakt het verhaal zo herkenbaar en verfrissend. Pom en Siem leren elkaar kennen doordat hun vaders op straat bijna tegen elkaar botsen met hun auto en fiets. Ze worden zonder poespas de beste vrienden. Elke vakantiedag zijn ze samen. Ze eten nu eens bij de ene, dan weer bij de andere en brengen de meeste tijd door in het dorp en aan de vaart achter hun huizen. De dagen glijden voorbij en ze kijken naar de wereld met de onbevangenheid die je enkel bij kinderen vindt. Af en toe zien ze iets geks: een buurmeisje dat op een koe rijdt omdat haar ouders geen geld hebben voor een paard of een ekster die met een haas praat. Op een plezierboot aan de vaart ontmoeten ze zelfs een echtpaar dat elke dag macaroni voedert aan de vissen. Wanneer Pom en Siem horen dat de visvrouw met haar kraam moet stoppen bij gebrek aan vis, hebben ze hun eigen ideetje om haar te helpen.
De eenvoud van het verhaal weerspiegelt zich in de tekst en de illustraties.
De auteur gebruikt korte, eenvoudige en uitgepuurde zinnen. Er staat geen woord te veel. Net hierdoor wordt de tekst bijna poëtisch: “Het dorp is een lange weg. Aan beide kanten van de weg staan huizen. Achter de huizen liggen groene weiden met glimmende sloten. Als de lucht blauw is, lijkt het water in de sloten ook blauw. Is de lucht wit van wolken, dan glimmen de sloten zilver. In de zomer grazen koeien in de wei. Bij de huizen lopen kippen.” In deze enkele korte zinnen vormt zich een hele film in het hoofd van de lezer. Mooi is dat.
Het boek is onderverdeeld in 34 korte hoofdstukjes. Dit maakt het verhaal behapbaar voor onervaren jonge lezertjes. Meteen maakt het dit boek ook geschikt als voorlees-vervolgverhaal voor het slapengaan.
De illustrator koos voor een zachtgroen als basiskleur, enkel aangevuld met enkele schaarse pastelkleuren. Dit geeft een rustig en verfrissend effect. Leuk zijn de twee kinderen die als twee tegenpolen uitgebeeld zijn. Siem draagt een groene overall en heeft witte haren, terwijl Pom groene haren heeft en een witte overall. Grappig is dit. De kinderen zijn in het verhaal immers ook een beetje elkaars tegenpolen. Pom krijgt eerder een steedse, burgerlijke opvoeding, waarbij tafelmanieren belangrijk zijn. Ze krijgt zakgeld en moet zich liefst nuttig bezighouden. Bij Siem thuis gaat het er heel wat eenvoudiger aan toe en is de opvoedingsstijl veel vrijer.
Het geheel van tekst en illustraties maken van dit boek een pareltje dat niet enkel ‘jonge lezertjes’ zal bekoren.
Lut Vanderaspoilden