De staart van Shibu de kat is reusachtig. Op de cover zie je hem als een grote rookwolk boven het poezenlijf hangen. En als je het boek vast neemt, kun je die staart ook voelen door de rasperige extra laag erop.
Shibu’s staart is niet zomaar reusachtig. Met zijn staart kan hij zijn gevoelens laten zien en Shibu heeft heel veel gevoelens. Als hij blij is, geeft zijn staart knuffels, als hij boos is, gaan zijn haren rechtop staan. Op de zwart-wit illustraties zie je meteen ook de boze blik van Shibu. Ook op de andere illustraties kun je de gevoelens niet enkel zien in de vorm van de staart, maar ook in de ogen en de lichaamshouding van Shibu.
Maar op een dag merkt Shibu dat zijn staart – en zijn gevoelens – te veel de aandacht trekken. Hij besluit ze zoveel mogelijk te verbergen. Maar al snel merkt hij dat hij daardoor minder plezier vindt in het leven en zich ongelukkiger voelt. Het slot had wat mij betreft minder expliciet gemogen. Natuurlijk is de boodschap bijzonder waardevol, maar die zouden kinderen ook zelf kunnen trekken zonder nog eens op het hart gedrukt te krijgen dat Shibu nu weet dat alle gevoelens bedoeld zijn om te delen, een besef dat hij vervolgens ook deelt met zijn vrienden. De levenswijsheid kon hier en daar ook eenvoudiger verwoord worden, zoals in volgende behoorlijk abstracte zin: ‘De hoogtepunten van het leven voelden niet zo hoog en de dieptepunten en voelden nog dieper.’
Toch laat dit prentenboek een diepe indruk na door de originele, plastische manier waarop duidelijk gemaakt wordt hoe belangrijk het is gevoelens te uiten en te delen.
Jan Van Coillie