Sophie op de daken

  • Auteur:
  • Illustrator: Mariska Cock
  • Aantal pagina's: 215
  • Luitingh-Sijthoff
  • 2020

Onze recensie

Ze zijn zeldzaam, die ‘waarachtige’, echte kinderboeken die je als volwassen lezer de kans bieden je weer helemaal kind te voelen. Zo’n boek is Sophie op de daken en dat is het niet alleen door het verhaal, maar ook door de magie van de taal.

Het verhaal op zich is eenvoudig, met een voorspelbare maar heel bevredigende afloop en veel populaire verhaalelementen. ‘Op de morgen van zijn eerste verjaardag werd er midden in Het Kanaal een baby gevonden in een drijvende cellokist.’ De beginzin betovert meteen, maar het is vooral de wereldvreemde geleerde Charles die betoverd raakt door de baby. Hij ontfermt zich over het meisje en neemt de vaderrol op zich, zo goed en zo kwaad als dat kan, met veel Shakespeare en nog meer vrijheid. Zijn onconventionele manier van opvoeden is niet naar de zin van de Raad voor Kinderbescherming, verpersoonlijkt in de harteloze figuur van juffrouw Eliot. Op haar twaalfde krijgt Sophie dan ook een brief van de Raad waarin staat dat ze naar een weeshuis moet. Dat laten zij en Charles niet zomaar gebeuren en ze vluchten naar Parijs, met een duidelijk doel: Sophies moeder opsporen. Al die tijd is Sophie immers rotsvast blijven geloven dat haar moeder nog leeft. Een koperen plaatje in de cellokist brengt hen bij de maker van de cello en die doet de hoop om Sophies moeder levend terug te vinden verder oplaaien. Maar het zijn vooral Matteo en de andere ‘luchtdansers’ die Sophie zullen helpen. Die luchtdansers zijn kinderen die op daken en in bomen wonen. Zij nemen Sophie mee op een wonderlijk, levensgevaarlijk maar vooral onvergetelijk avontuur tussen hemel en aarde.

Toegegeven, bij het begin is het even wennen aan de stijl van Katherine Rundell. Het woordgebruik waarmee ze Charles neerzet, is behoorlijk abstract en afstandelijk, met uitspraken als ‘Ik denk dat de geheimen van kinderverzorging, hoe duister en mysterieus ze zonder twijfel ook mogen zijn, niet ondoorgrondelijk zijn.’ Maar al snel kom je erachter dat die stijl de deftige, geleerde Charles helemaal typeert. Hij krijgt er voor de lezer een heel eigen persoonlijkheid door. Ondanks zijn stijve taal ga je hem op de koop toe echt sympathiek vinden. Dat komt vooral door zijn onvoorwaardelijke liefde voor Sophie en door de onconventionele, maar goedbedoelde manier waarop hij met zijn pleegdochter omgaat. Zijn ingoede inborst laat de auteur blijken uit rake details. Omdat klimmen voor Sophie het enige is wat haar een veilig gevoel heeft als ze angstdromen heeft, laat Charles haar boven op de klerenkast slapen. ‘Hij sliep op de vloer beneden haar, voor het geval dat.’ Het zijn die vier laatste woorden die je als lezer even doen slikken. En hoe raak is de volgende typering: ‘Maar hij had vriendelijkheid waar andere mensen longen hadden en was beleefd tot in zijn vingertoppen. Als hij, wanneer hij tegelijkertijd wandelde en las, tegen een lantaarnpaal botste, verontschuldigde hij zich en keek of de lantaarnpaal niks had.’ Charles wordt bovendien niet alleen met veel liefde getypeerd, maar ook met humor. Wanneer hij een danspasje waagt, lijkt hij ‘op een paard dat een ladder probeert te beklimmen.’ Over juristen is hij niet mild: ‘de meeste advocaten schijnen het fatsoen en de moed te hebben van wc-papier.’ Ten slotte maken ook zijn levenslessen hem sympathiek. Zijn centrale boodschap typeert hem als wetenschapper in hart en nieren, met name dat je altijd elke mogelijkheid moet onderzoeken, want ‘bijna onmogelijk is nog steeds mogelijk’. Het zal hun  belangrijkste drijfveer worden in de zoektocht naar Sophies moeder. Tijdens die tocht verbindt Charles die boodschap ook met het wezen van een kind: ‘”Jawel, mijn engel. Volwassenen wordt geleerd om niets te geloven, tenzij het lelijk of vervelend is.” “Dat is stom,” zei ze. “Bedroevend, mijn kind, maar niet stom. Het is moeilijk om in buitengewone dingen te geloven. Jij hebt dat talent wel, Sophie. Zorg dat je het niet kwijtraakt.”

Reken maar dat Sophie dat talent niet kwijtraakt. Ook als de wanhoop nabij is, blijft ze ervan overtuigd dat ze haar moeder zal vinden. Dat onvoorwaardelijke geloof en de onstuitbare drang om haar doel te bereiken, maar ook de warme band met Charles, gebaseerd op wederzijds respect en vertrouwen, maken van haar een onvergetelijk personage. Ook hier valt Rundells oog voor veelzeggende details op. Lees maar hoe ze beschrijft wat de warme broodjes betekenen die Charles meegaf voor de hongerige Matteo: ‘Ze waren nog warm van de oven en roken naar blauwe luchten. Het brood was beboterd door iemand met een hoge dunk van boter – het zat er duimendik op. “Vroeger dacht ik altijd dat als liefde een geur zou hebben, die naar warm brood zou ruiken,” zei Sophie.” De vertaler levert hier en in het hele boek puik werk.

Matteo en de andere ‘luchtdansers’ worden al even onvergetelijk gekarakteriseerd. Bij Matteo is Sophies eerste gedachte: ‘zijn trui was versleten, maar zijn gezicht niet.’ Over zijn bijzondere manier van kijken denkt ze ‘zijn blik was het soort blik dat in je ziel kijkt en je je laat afvragen waar je je handen moet laten.’ Net als Charles doet hij Sophie en de lezer ook nadenken, maar wel over heel andere dingen als armoede en rechtvaardigheid. Als Sophie opwerpt dat hij de wensen van andere mensen steelt door onder de brug munten op te vissen, repliceert hij ‘Als je geld genoeg hebt om aan wensen te verspillen, heb je die wensen niet zo hard nodig als ik het geld.’

Ook de nevenpersonages weet Katherine Rundell vlijmscherp neer te zetten, vaak in een paar woorden, zoals de bitse juffrouw Eliot: ‘juffrouw Eliots stem was als een raam dat dichtsloeg.’ En niet alleen personages, ook bijzondere momenten en ruimtes roept ze op in beelden en woorden die ze bijna tastbaar maken. Sophies betovering als ze voor het eerst een cello en violen hoort, het smulfestijn met Matteo op het dak, het hemelse gezang van ‘dakhaas’ Gerard op de Notre Dame, het spreeuwenballet of de ‘zonnestraal van spreeuwen’ boven Parijs, het samen met Matteo balanceren op een touw hoog boven de grond, ze bieden zoveel onvergetelijke, intense leeservaringen. En dan is er nog de liefde voor boeken, die Sophie deelt met haar beroemde naamgenoot uit de klassieker van  Roald Dahl. Op haar twaalfde verjaardag krijgt ze van Charles een stapel klassiekers in leren omslagen cadeau, met de volgende wijze woorden: ‘Dingen die je op jouw leeftijd gaat lezen, blijven hangen. Boeken wrikken de wereld voor je open.’

Het mag duidelijk zijn, Sophie op de daken is een absolute hoogvlieger. Als je je als lezer al niet in de wolken voelt, dan beleef je toch minstens een onvergetelijk avontuur boven op de daken van Parijs.

 

Jan Van Coillie

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur