De hond, de haan en de jakhals

De hond, de haan en de jakhals

Onze recensie

De fabels van Aesopus, u kent ze wel. Maar zó heeft u ze nog niet gezien. De Zuid-Afrikaanse Beverley Naidoo vervangt de vossen en everzwijnen door jakhalzen, wrattenzwijnen en slangenarenden. De dierenliefhebbers onder uw kinderen halen gegarandeerd hun hart op, al was het maar omdat er ook een paar vrij onbekende dieren in voorkomen, zoals de koedoe.

Geen idee wat voor beest dat is? Geen paniek, daar dienen de illustraties van Piet Grobler voor. Die zorgen ervoor dat de verhalen slechts zelden onderbroken moeten worden voor een beschrijving van de Afrikaanse fauna of flora. Zelfs dat gebeurt altijd subtiel: wanneer die koedoe, die eerder de hoofdrol speelde in ‘De koedoe bij de drinkplaats’ later kort vermeld wordt in ‘De leeuw en de muis’ , wordt het geheugen van de lezer fijntjes opgefrist: ‘De val was eigenlijk bedoeld om een zebra te vangen, of een impala, of nog beter: een mooie, dikke koedoe met van die kurkentrekkerhoorns.’

Natuurlijk zijn de tekeningen van Grobler er ook voor het scheppen van sfeer. En wat voor één: de meest overtuigde huismus zou er zin van krijgen om op het eerste vliegtuig richting savanne te stappen, zelfs al is de wildernis van Naidoo nu niet bepaald een plaats voor watjes. Integendeel. Naidoo heeft niet al te veel veranderd aan de fabels van Aesopus: de dieren zijn exotischer geworden, en de dialogen en beschrijvingen zijn gemoderniseerd tot lekker bekkende, evocatieve tekst – schitterend vertaald door Koos Meinderts – maar aan de plot is niet geprutst. En dat is maar goed ook, want er is niets ergers dan flauwe afkooksels van grote klassiekers. De hond, de haan en de jakhals presenteert dus zestien vertellingen, die even heerlijk gemeen en hard zijn als de originele versies. Geregeld komt een personage aan een pijnlijk doch verdiend einde. Een schildpad die te pletter valt, bijvoorbeeld, omdat hij per sé wilde vliegen. Moraal: ‘Je kan wel zoveel willen.’ Of een mug die eerst de koning der dieren te grazen neemt en daarna opgevreten wordt door een spin. Moraal: ‘Hoogmoed komt voor de val.’

Literatuur en moraal, het is een precair evenwicht. Al te vaak gaat de zedenles het verhaal overheersen. Maar in dit boek werkt het wel, en dat ligt dan toch vooral aan de gemenigheid van de fabels. Precies doordat de eindes zo bikkelhard zijn, zijn ze ook duidelijk zonder dat de auteur er een ellenlange interpretatie aan vast moet hangen. Kortom, De hond, de haan en de jakhals is een boek uit de duizend. (Voor)lezen, die handel!

– Door Line Leys –

Nieuw

Thema's

Leeftijd

Auteur